NOW-regeling | accountantsverklaring en nieuwe mogelijkheden

Het ministerie van SZW heeft duidelijkheid gegeven over de ondergrens voor een accountantsverklaring bij de NOW-regeling. In aanvulling op het accountantsprotocol van SZW komt de NBA met één of twee standaarden voor accountants.
 
Voor de NOW wordt een accountantsverklaring verplicht voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van €100.000 of meer. Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot aanvraagt, maar bij vaststelling uiteindelijk een subsidie ontvangt die hoger is dan €125.000, zonder dat daarbij een accountantsverklaring hoeft te worden overlegd, wordt ook bij een vast te stellen subsidie van €125.000 of meer een accountantsverklaring vereist.
 
Ondernemingen die een voorschot van minder dan €100.000 hebben ontvangen zijn zelf verantwoordelijk om in te schatten of de subsidie op €125.000 of meer wordt vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben. De overheid zal hiervoor een online tool beschikbaar stellen aan de hand waarvan een redelijke inschatting gemaakt kan worden of een accountantsverklaring al dan niet benodigd is.
 
Het UWV heeft aangegeven dat op basis van voorlopige cijfers van de eerste 113.000 aanvragen blijkt dat ongeveer 10% van het aantal bedrijven €100.000 of meer aan voorschot ontvangen heeft.
 
Aanvragen tot vaststelling vanaf 7 oktober
Ruim 121.000 werkgevers hebben tot op heden een aanvraag ingediend voor de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), sinds de openstelling daarvan op 6 april. Via de NOW-regeling kunnen ondernemingen tot negentig procent van de loonkosten vergoed krijgen afhankelijk van hun werkelijke omzetdaling. Zij moeten daarvoor kunnen aantonen minimaal twintig procent minder omzet te hebben behaald over een periode van drie maanden.
 
Het ministerie heeft inmiddels bekendgemaakt dat er een nieuw tijdvak voor de NOW wordt opengesteld in juli, met andere voorwaarden. Daarbij is ook duidelijk geworden dat overlap tussen de aanvraag- en de vaststellingsperiode voorkomen moet worden.
 
Nieuwe mogelijkheden
In de derde wijziging van de NOW zijn er twee nieuwe mogelijkheden voor aanvragers van een tegemoetkoming op grond van de NOW:
 

  • De mogelijkheid om voor de berekening van de loonsom ook te kijken naar de maanden maart, april en mei.
  • De mogelijkheid om bij een overgang van onderneming de omzet op een afwijkende manier te bepalen. Hierdoor kunnen werkgevers die in eerste instantie niet in aanmerking kwamen voor een tegemoetkoming op grond van de NOW mogelijk alsnog succesvol een aanvraag doen.

 
Het aanvraagtijdvak voor de eerste tranche van de NOW wordt hierom langer opengesteld: tot en met 5 juni 2020. De hiervoor genoemde nieuwe mogelijkheden voor aanvragers hebben terugwerkende kracht tot de datum van de brief van 20 mei waarin deze wijzingen aan de Tweede Kamer zijn aangekondigd. Vanaf dat moment konden werkgevers een beroep doen op deze mogelijkheden. Werkgevers die meenden eerder geen recht te hebben op een tegemoetkoming op grond van de NOW hebben door de verruiming van het aanvraagtijdvak voldoende tijd om alsnog een aanvraag in te dienen.
 
De oorspronkelijke datum tot aanvragen vaststelling is in verband met bovenstaande opgeschort naar 7 oktober.
 
Protocol en standaarden
Er wordt door SZW en de NBA intensief overleg gevoerd over de inhoud van de accountantswerkzaamheden, in situaties waar wel een accountantsverklaring vereist is. SZW werkt hiervoor aan een accountantsprotocol. De NBA werkt tegelijk aan een passende standaard of standaarden.
 
SZW en NBA partijen verwachten het protocol en de standaarden voor 1 augustus definitief te kunnen publiceren.
 
Betrokkenheid van accountant
Voor bedrijven die hun omzetdaling meten over de periode 1 maart tot en met 31 mei loopt binnenkort de eerste subsidieperiode af. Ondanks dat ondernemers niet voor 7 oktober hun afrekening kunnen indienen en accountants ook nog geen duidelijkheid hebben over de te verrichten werkzaamheden voor de verklaring, lijkt het toch verstandig om tijdig te overleggen over het afsluitingsproces.
 
Accountants zullen de werkzaamheden moeten plannen en het is ook goed om te begrijpen hoe de onderneming heeft geopereerd in de eerste drie maanden, en wat de weerslag hiervan is op de effecten in de administratie. Daarnaast kunnen er alvast afspraken worden gemaakt over de aan te leveren informatie aan de accountant, die kan worden aangevuld als het protocol en de standaarden definitief zijn.
 

Loon directeur grootaandeelhouder

Het (gebruikelijk) loon van de directeur-grootaandeelhouder

De persoon die zowel directeur als aandeelhouder is van een besloten vennootschap (BV) heeft zoveel invloed op de gang van zaken binnen de BV dat hij ook zelf zijn salaris zou kunnen vaststellen en hiervoor (onbedoeld) voordeel zou kunnen halen. Daarom is in artikel 12a Wet LB bepaald dat een aanmerkelijkbelanghouder (iemand die, eventueel samen met zijn fiscale partner, direct of indirect gerechtigd is tot minimaal 5% van de aandelen) die arbeid verricht voor zijn BV een loon wordt geacht te ontvangen dat gebruikelijk is voor zijn werkzaamheden.
 
Het gebruikelijk loon wordt dan vastgesteld op ten minste het hoogste van de volgende bedragen:
a. 75% (2014 en eerder: 70%) van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
b. het hoogste loon van de overige werknemers van de vennootschap of daarmee verbonden vennootschappen;
c. € 46.000 (2018 en 2019: € 45.000).
 
Als de opbrengsten van de BV (bijna) geheel voortvloeien uit de door de ab-houder verrichte arbeid (denk aan de bv waarin de beroepsbeoefenaar zijn beroep uitoefent of de bv waarvan de opbrengst bestaat uit managementfee voor de inzet van de ab-houder) dan wordt de zogenoemde afroommethode toegepast: er wordt dan uitgegaan van de opbrengsten van de BV verminderd met de aan die opbrengsten toe te rekenen kosten, lasten en afschrijvingen. Er kan eventueel rekening worden gehouden met een winstopslag. Na aftrek van de kosten zal het gebruikelijk loon veelal 70% van de winst of van de managementfee bedragen.
 
Het gebruikelijk loon wordt niet lager vastgesteld als de BV een tijdje verliesgevend was; aannemelijk moet zijn dat sprake is van een structurele verliessituatie die in de weg staat aan de betaling van een ‘normaal’ loon.
 
Voor de start-upsector is de gebruikelijkloonregeling vanaf 2017 versoepeld. Bij innovatieve start-ups mag het gebruikelijk loon worden gesteld op het wettelijk minimumloon, ook al zijn er andere werknemers die meer verdienen. Het moet dan wel gaan om bedrijven die voor de S&O-afdrachtvermindering als starter worden aangemerkt.

 

De beëindiging van een besloten vennootschap

Er kunnen tal van redenen zijn de beëindiging van een besloten vennootschap (BV) te overwegen. In deze bijdrage bespreken we de meest voorkomende manieren om een BV te beëindigen: ontbinding, turboliquidatie of faillissement.

 

De ontbinding
Een BV kan worden ontbonden door een formeel besluit van de aandeelhouders, tenzij de statuten bepalen dat een ander orgaan het besluit moet nemen (artikel 2:19 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW)).

 

Na het besluit tot ontbinding bestaat de BV nog steeds (artikel 2:19 lid 5 BW). De BV blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van het vermogen van de BV nodig is. De BV moet vanaf het moment van de ontbinding (ofwel de aanvang van de vereffening) in alle stukken en aankondigingen die van de BV uitgaan, aan de naam van de BV toevoegen “in liquidatie”. De BV is pas opgehouden te bestaan als het vermogen van de vennootschap is vereffend. Het bestuur is in de regel belast met de vereffening van het vermogen van de vennootschap die is ontbonden. De statuten kunnen ook een ander persoon als vereffenaar aanwijzen. De vereffenaar inventariseert allereerst de aanwezige baten en lasten. Het aanwezige vermogen moet te gelden worden gemaakt.

 

In het geval de baten hoger zijn dan (of gelijk zijn aan) de schulden, dan zal de vereffenaar een plan van verdeling opstellen. Dat plan wordt gedurende twee maanden ter inzage gelegd bij het Handelsregister. De vereffenaar maakt bekend tot welke datum het plan van verdeling ter inzage ligt. Dit kan door middel van een kennisgeving in een landelijk dagblad en de Staatscourant. Vanaf het moment van kennisgeving en gedurende de inzagetermijn kan met een verzoekschrift verzet worden ingesteld tegen het plan van verdeling. Na het ongebruikt verstrijken van de termijn wordt uitvoering gegeven aan het plan. De schulden worden betaald, de vereffenaar legt rekening en verantwoording af en het (eventuele) resterende vermogen wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, tenzij de statuten anders bepalen. Nadat de vennootschap is vereffend houdt deze op te bestaan en kan zij worden uitgeschreven uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

 

Als de schulden hoger zijn dan het vermogen ontstaat er een probleem. In dat geval is de vereffenaar verplicht om ofwel een akkoord aan te bieden aan de schuldeisers, ofwel het faillissement aan te vragen van de vennootschap. Wordt er geen akkoord aangeboden of geen faillissement aangevraagd, dan kan de vereffenaar persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

 

Ook kan zich de situatie voordoen dat er geen baten zijn, maar alleen schulden. De vereffeningsfase hoeft niet te worden doorlopen, omdat er geen vermogen is dat kan worden vereffend. In deze situatie is sprake van een turboliquidatie. Die komt hierna aan bod.

 

De turboliquidatie
Een turboliquidatie is een snelle en goedkope manier om een vennootschap te ontbinden. Een ander bijkomend voordeel is dat er geen kennisgeving in een landelijk dagblad of Staatscourant hoeft te worden gedaan. De turbo-liquidatie vindt de grondslag in artikel 2:19 lid 4 BW.

 

Turboliquidatie is alleen mogelijk indien de vennootschap geen baten heeft. Let op: het is echter niet toegestaan om kort voor de liquidatie vermogen te onttrekken aan de vennootschap of selectieve betalingen te doen aan schuldeisers (om de voor turbo-liquidatie vereiste vermogenstoestand te bewerkstelligen). Doet het bestuur dat wel, dan kan het bestuur persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

 

Voor een succesvolle turboliquidatie is verder vereist dat de doorlopende verplichtingen, zoals bijvoorbeeld een huurovereenkomst, op de juiste wijze zijn beëindigd.

 

Turboliquidatie is zoals gezegd eenvoudig: er hoeft maar één fase te worden doorlopen. Voor een turboliquidatie moet er een formeel besluit worden genomen door de aandeelhouder(s) tot ontbinding van de vennootschap. Door dit besluit is de vennootschap onmiddellijk opgehouden te bestaan (artikel 2:19 lid 4 BW). De vennootschap kan worden uitgeschreven uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Aan vereffening wordt niet toegekomen, omdat er geen vermogen aanwezig is.

 

Bij een turboliquidatie resteren doorgaans alleen schulden. Dat kan wrang voelen voor schuldeisers, temeer omdat er – in tegenstelling tot het faillissement – geen curator wordt aangesteld die het handelen van het bestuur toetst. Op basis van rechtspraak is het echter soms verplicht om voor de turboliquidatie te kiezen en niet voor het faillissement. Op het moment dat er (nagenoeg) geen activa is, er slechts schulden resteren en er bovendien geen verwachting is dat er activa kan worden gegenereerd, bijvoorbeeld op grond van bestuurdersaansprakelijkheid of een pauliana, rust er een verplichting op de vennootschap om de route van de turboliquidatie te volgen (HR 18 december 2015, ECLI:HR:2015:3636). Het niettemin aanvragen van een faillissement leidt tot misbruik van recht, omdat de curator wegens het gebrek aan baten onmiddellijk zou overgaan tot opheffing van het faillissement. Hierbij speelt een rol dat de curator wordt belast met werkzaamheden zonder dat hij daarvoor een vergoeding ontvangt.

 

Van de mogelijkheid van turbo-liquidatie wordt in de praktijk ook wel misbruik gemaakt. Schuldeisers hebben vaak het nakijken. De schuldeisers worden vooraf niet geïnformeerd over het verdwijnen van hun schuldenaar en relevante verantwoordingsinformatie ontbreekt. Het bestuur is niet gehouden om verantwoording af te leggen met bijvoorbeeld het deponeren van een slotbalans. Het Ministerie van Justitie onderzoekt de mogelijkheden van een wetswijziging en met als doel misbruik te voorkomen en de rechtsbescherming van schuldeisers te verbeteren.

 

In het voorstel dat minister Dekker voor rechtsbescherming in september 2019 aan de Tweede Kamer voorlegde kondigde hij het volgende aan: Het bestuur zal worden verplicht tot het opstellen en deponeren van een slotbalans, die vergezeld gaat van een bestuursverklaring met daarin een nadere verklaring omtrent het ontbreken van baten, eventueel nog met een slotuitdelingslijst. De slotbalans heeft betrekking op het boekjaar van de turboliquidatie en moet worden gedeponeerd bij het handelsregister. Het bestuur zal zorg moeten dragen voor een algemene bekendmaking van de ontbinding, waarbij kenbaar wordt gemaakt dat de slotbalans met jaarrekening ter inzage ligt bij het handelsregister. Tot slot moeten voor de doorhaling van de rechtspersoon in het handelsregister de jaarrekeningen over alle eerdere boekjaren openbaar gemaakt zijn, tenzij daarvoor een ontheffing op basis van artikel 2:394, lid 5 BW geldt. De door minister Dekker aangekondigde maatregelen worden in de loop van dit jaar uitgewerkt.

 

Faillissement
In het geval de schulden hoger zijn dan de baten en een schuldeisersakkoord geen reële optie blijkt, resteert er geen andere optie dan het faillissement van de BV aan te vragen.

 

Het faillissement kan worden uitgesproken als de BV in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen. Het faillissement kan op eigen aangifte worden uitgesproken als er tenminste twee schuldeisers zijn, waarvan één opeisbaar. Daarnaast moet er wel enige activa aanwezig zijn. Indien dat niet het geval is moet, zoals gezegd, de route van de turboliquidatie worden gevolgd.

 

Als het faillissement wordt uitgesproken zal de rechter een curator aanstellen. De curator zal het vermogen van de BV vereffenen namens de gezamenlijke schuldeisers. De rechter-commissaris houdt toezicht op het handelen van de curator.

 

Mocht u in verband met de beëdiging van een BV vragen hebben, neem dan contact op met de adviseurs van Bureau Aard. Zij staan u met raad en daad bij.

Accountant Robert Philips

Aangenaam kennis te maken: Bureau Aard Accountants BV

Bureau Aard is met een veelzijdig team van specialisten actief op het gebied van recht, financieren en verzekeren. Daarnaast zijn we actief op het gebied van vastgoedontwikkeling en weten we wat ondernemen is. Sinds kort mogen we daar ook accountancy en belastingadvies aan toevoegen. Per 1 januari van dit jaar is Robert Philips AA RB ons team komen versterken. Bureau Aard Accountants B.V. onder leiding van Robert is een feit.

 

Voor Bureau Aard zijn de disciplines die Robert toevoegt een waardevolle aanvulling. Angeliek Flintrop: “Wij werken al een tijd samen met Robert en hebben hem leren kennen als een professionele, betrokken en betrouwbare accountant en belastingadviseur. Het is fijn dat we met hem de organisatie hebben kunnen uitbreiden en onze relaties nog beter en veelzijdiger van dienst kunnen zijn.”

Robert Philips: “Ik ben verheugd dat ik de gelegenheid krijg de praktijk van accountancy en belastingadvies onder de naam Bureau Aard op te zetten en uit te bouwen en zo deel ben gaan uitmaken van een enthousiast team met veel kennis en knowhow.”

 

Accountant
De accountant is er niet alleen omdat een goede boekhouding en jaarcijfers verplicht zijn. Hij is er ook om te ondersteunen bij het maken van strategische keuzes.

Voor een ondernemer is het van belang dat zijn boekhouding op orde is. Daar helpen wij bij zodat de ondernemer steeds een beroep kan doen op betrouwbare bedrijfsgegevens. Buiten de juistheid van de administratie, is het tijdig opleveren van groot belang. Dit vormt voor de ondernemer mede de basis om de juiste beslissingen te kunnen nemen.

Met als doel tijd- en kostenbesparing helpen wij bij het vinden, implementeren en onderhouden van de juiste automatiseringsoplossing. In minder tijd zou de ondernemer meer inzicht in zijn bedrijfsvoering moeten krijgen. Daarnaast bieden de aanwezige automatiseringsoplossingen gebruiksgemak en snel inzicht in de actuele situatie. We maken daarbij gebruik van op uw wensen afgestemde mogelijkheden.

Ook de jaarstukken moeten worden samengesteld, de aangifte vennootschapsbelasting moet worden gedaan en de jaarstukken moeten worden gepubliceerd. Daar zorgen wij voor. En daar beginnen we niet mee als een boekjaar eenmaal voorbij is. Door het jaar heen bespreken wij de tussentijdse stand van zaken van de onderneming. Met dat inzicht kunt u als ondernemer tijdig en verantwoord keuzes maken.

 

Belastingadviseur
Wij vertalen ingewikkelde belastingzaken naar duidelijke adviezen en concrete oplossingen. Daarvoor beschikt de Register Belastingadviseur over vakmanschap, ervaring en diepgaande up-to-date kennis van de fiscale spelregels.

Robert Philips: ‘Wij zijn er niet alleen om inzicht te geven in de bedrijfsvoering. Niet alleen de cijfers hebben onze interesse. De persoon van de ondernemer is voor ons het belangrijkste. Wij leren de ondernemer en zijn ambities graag kennen. Dan kunnen wij de ondernemer nog beter helpen. Graag zijn wij betrokken bij het verbeteren van prestaties en bij het nemen van belangrijke beslissingen als betrokken, betrouwbare en deskundige partner’.

 

Graag maak ik tijd voor een kennismaking. Wij laten ons graag uitdagen op het gebied van accountancy en belastingadvies.

 

Robert Philips AA RB

088 080 1500 of 06 55 80 62 07
philips@bureau-aard.nl