Loon directeur grootaandeelhouder

Tips voor uw aangifte inkomstenbelasting over 2024: Alles wat u moet weten

Het is weer die tijd van het jaar waarin de aangifte inkomstenbelasting ingediend kan worden. Hoewel het wellicht niet de meest favoriete taak is, is het toch iets waar u niet omheen kunt. Gelukkig zijn er een aantal handige tips en trucs om het proces van uw aangifte makkelijker te maken. In dit artikel bespreken we de belangrijkste zaken die u moet weten om uw aangifte inkomstenbelasting voor 2024 soepel te laten verlopen.

Wie moet aangifte doen?

In de meeste gevallen wordt er automatisch een aangiftebrief van de Belastingdienst ontvangen. Wanneer geen brief wordt ontvangen, betekent dit niet automatisch dat er geen aangifte gedaan hoeft te worden. Aangifte is verplicht wanneer er 57 euro of meer belasting betaald moet worden, afhankelijk van de inkomenssituatie. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer:

  • Winst uit onderneming wordt behaald;
  • Bijverdiensten als freelancer zijn;
  • Inkomsten uit de verhuur van een woning zijn;
  • Alimentatie wordt ontvangen zonder bijstandsaanvulling;
  • Loon uit het buitenland wordt ontvangen.

Daarnaast kan het indienen van de aangifte verplicht zijn wanneer het vermogen boven het heffingsvrijvermogen is of wanneer recht is op toeslagen of gesubsidieerde rechtsbijstand.

De belangrijkste deadlines

De aangifte over 2024 kan vanaf 1 maart 2025 ingediend worden. De deadline voor het indienen van de aangifte is 1 mei 2025. Het is belangrijk om deze datum niet te missen, aangezien er anders boetes of belastingrente in rekening gebracht kunnen worden.

  • Indiening voor 1 april 2025: Als u de aangifte vóór 1 april 2025 indient, ontvangt u uiterlijk 1 juli 2025 een bericht van de Belastingdienst.
  • Indiening na 1 april 2025: Als u de aangifte na 1 april indient, zal de Belastingdienst streven om uiterlijk 3 maanden later (voor 1 juli 2025) een reactie te geven.

Wanneer het niet lukt om voor de deadline aangifte te doen, kan er uitstel aangevraagd worden. Dit kan via de Belastingdienst, waarna uitstel tot 1 september 2025 verleend kan worden. Houd er echter rekening mee dat belastingrente wordt geheven wanneer later dan 1 mei aangifte gedaan wordt of wanneer er een belastingcorrectie is. Het belastingrentetarief voor 2025 is 6,5%.

 

Tevens dient de aangifte vóór 14 juli 2025 ingediend te zijn om een verzuimboete van €469 te voorkomen. Wanneer de aangifte helemaal niet ingediend wordt, kan de Belastingdienst het inkomen schatten en een belastingaanslag opleggen, samen met een verzuimboete.

Boetes bij te late of geen aangifte

Wanneer de aangifte niet op tijd ingediend wordt, kunnen er boetes opgelegd worden door de Belastingdienst:

  • Verzuimboete 1: Bij te laat aanvragen van het aangifteformulier kan een boete van maximaal €3.354 opgelegd worden.
  • Verzuimboete 2: Bij te late of geen aangifte kan een boete van €469 tot €6.709 bij herhaling opgelegd worden.
  • Verzuimboete 3: Als de belasting niet op tijd betaald wordt, kan een boete tot €6.709 opgelegd worden.
  • Vergrijpboete: Bij opzettelijke belastingfraude kan een boete van 25% tot 300% van het verzwegen belastingbedrag opgelegd worden.

Het is dus van groot belang om de aangifte op tijd in te dienen en deze volledig en correct in te vullen.

Aftrekposten 2024: Woning, zorgkosten, giften en pensioenopbouw

Aftrekposten woning: aftrekbaar in de aangifte

De hypotheekrente die in 2024 is betaald, is meestal aftrekbaar, maar dit geldt alleen als de hypotheek is gebruikt voor de aankoop of het onderhoud van de woning. Wanneer (een deel van) de hypotheek is gebruikt voor bijvoorbeeld de aanschaf van een auto, is de rente over dat deel niet aftrekbaar.

 

Ook de hypotheekvorm bepaalt of de rente aftrekbaar is. Alleen de rente voor een annuïteiten- of lineaire maximaal 30 jaar durende hypotheek is aftrekbaar. Voor andere hypotheekvormen geldt geen renteaftrek, tenzij er sprake is van overgangsrecht. Dit geldt voor hypotheken die vóór 31 december 2012 zijn afgesloten en destijds aftrekbaar waren.

 

Als in 2024 een woning is gekocht of verkocht, heeft dit gevolgen voor de belastingaangifte. Kosten die zijn gemaakt voor het afsluiten van de eigenwoningschuld, kunnen worden afgetrokken. Dit zijn kosten die verbonden zijn aan je hypotheek, zoals:

  • Notariskosten voor de hypotheekakte
  • Kosten voor Nationale Hypotheek Garantie
  • Taxatiekosten
  • Hypotheekadvieskosten
  • Eventueel betaalde bereidstellingsprovisie

Als in 2024 een woning met overwaarde is verkocht, moet het bedrag worden opgenomen als eigenwoningreserve (ook wel de bijleenregeling genoemd). Wanneer binnen drie jaar een nieuwe woning wordt gekocht en (een deel van) de aankoop wordt gefinancierd met een lening, kan een deel van de hypotheekrente mogelijk niet aftrekbaar zijn. Dit komt doordat een deel van de hypotheek als schuld in box 3 wordt aangemerkt.

Zorgkosten: aftrekbaar in de aangifte

Zorgkosten die niet door de zorgverzekering zijn vergoed, kunnen wellicht afgetrokken worden in de aangifte inkomstenbelasting. Dit kan voordelig zijn, vooral wanneer hoge zorgkosten door ziekte, invaliditeit of ouderdom zijn ontstaan. Er zijn echter een aantal voorwaarden die moeten gelden voordat zorgkosten afgetrokken mogen worden.

Overzicht aftrekbare zorgkosten 2024

Zorgkosten kunnen oplopen, vooral voor mensen met chronische ziekten, beperkingen of ouderdom. Het is belangrijk om te weten welke kosten aftrekbaar zijn. Alleen kosten die niet vergoed zijn door de zorgverzekering en daadwerkelijk betaald zijn in 2024 komen in aanmerking voor aftrekken.

 

Een aantal voorbeelden van zorgkosten die aftrekbaar kunnen zijn:

  • Zorgkosten voor medische behandelingen die niet volledig vergoed worden, zoals tandarts- of fysiotherapiekosten.
  • Kosten voor hulpmiddelen, zoals een rolstoel of gehoorapparaat.
  • Reiskosten naar medische behandelingen.
  • Geneesmiddelen die niet door de zorgverzekering vergoed worden.
  • Verpleging en verzorging door een thuiszorgorganisatie, wanneer dit niet door de zorgverzekeraar vergoed wordt.

Voorwaarden voor aftrekken van zorgkosten

Om zorgkosten af te kunnen trekken, moeten de kosten daadwerkelijk betaald zijn in 2024. Ook moeten de kosten noodzakelijk zijn en mogen ze niet vergoed zijn door een zorgverzekeraar. Bovendien geldt een drempelbedrag: alleen zorgkosten boven dit drempelbedrag zijn aftrekbaar. Het drempelbedrag wordt automatisch berekend in de online aangifte.

Giften: aftrekbaar in de aangifte

Giften die aan een goed doel gedaan worden, kunnen afgetrokken worden van het belastbare inkomen. Dit verlaagt de belastingaanslag. Er zijn verschillende soorten giften die aftrekbaar zijn, afhankelijk van het type gift.

Periodieke giften: langdurige donaties aan ANBI’s

Een schriftelijke overeenkomst voor een donatie van minimaal vijf jaar, is een periodieke gift wanneer deze is afgesloten. Deze giften kunnen volledig afgetrokken worden zonder beperkingen qua drempelbedrag of percentage van het inkomen.

 

Belangrijke punten:

  • Maximaal €250.000 per jaar aan periodieke giften mag worden afgetrokken, dit geldt voor fiscaal partners samen.
  • Als de periodieke gift vóór 4 oktober 2022 is afgesloten, kan er nog tot en met 31 december 2026 van giftenaftrekken zonder het genoemde maximum worden geprofiteerd.

Gewone giften: incidentele donaties aan ANBI’s

Naast periodieke giften kunnen ook gewone giften worden afgetrokken, maar daar gelden strengere voorwaarden voor. Gewone giften zijn bijvoorbeeld losse donaties aan een goed doel waarvoor geen schriftelijke overeenkomst is gesloten.

Een gewone gift kan worden afgetrokken als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Er kan worden bewezen dat het geld daadwerkelijk aan een erkende ANBI is gedoneerd.
  • De totale giften moeten meer zijn dan 1% van het gezamenlijke drempelinkomen (bij fiscale partners), met een minimum van €60.
  • De totale giften mogen niet meer dan 10% van het drempelinkomen bedragen.

Als aan een culturele ANBI is gegeven, mag 1,25 keer het bedrag van de gift in de aangifte inkomstenbelasting worden afgetrokken, wat een extra voordeel kan opleveren.

Giften aan een vereniging

Geld dat aan een vereniging wordt gegeven, kan aftrekbaar zijn, maar alleen als het een periodieke gift betreft. Deze gift moet in een overeenkomst worden vastgelegd. De vereniging moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De vereniging heeft minimaal 25 leden.
  • De vereniging is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
  • De vereniging mag volgens de statuten geen winst nastreven.

Giften in natura

Giften in natura (bijvoorbeeld goederen of eigendommen) kunnen ook aftrekbaar zijn, maar moeten goed worden onderbouwd. Als de waarde van de gift meer dan €10.000 bedraagt (voor partners samen €20.000), moet vanaf 2024 een onafhankelijk taxatierapport of een factuur bij de aangifte worden gevoegd om de waarde van de gift te onderbouwen.

Vrijwilligerswerk: vergoeding als gift

Als ervoor wordt gekozen de vergoeding voor vrijwilligerswerk niet te ontvangen en het bedrag als gift te doen, kan dit onder bepaalde voorwaarden als gift worden afgetrokken.

Pensioensparen via lijfrente

Indien de afgelopen 10 jaar weinig of geen pensioen is opgebouwd bij de werkgever, kan er fiscaal aantrekkelijk gespaard worden voor het pensioen via een lijfrenteverzekering of lijfrentebankrekening. Hierdoor wordt de mogelijkheid geboden om het pensioengat op een belastingvriendelijke manier op te vullen.

Jaarruimte of reserveringsruimte

  • Met behulp van de rekenhulp van de Belastingdienst kan worden bepaald of er jaarruimte of reserveringsruimte beschikbaar is.
  • Om deze premies in de aangifte inkomstenbelasting 2024 af te trekken, moeten ze in 2024 zijn gestort op de lijfrenteverzekering of lijfrentebankrekening.

Het hoofdpijndossier: Spaargeld, Aandelen en Cryptovaluta

In box 3 wordt belasting geheven over vermogen. Dit vermogen bestaat uit spaargeld, aandelen, cryptovaluta, een tweede woning en andere bezittingen. Het vermogen wordt berekend als de waarde van de bezittingen minus eventuele schulden.

Belastingheffing op forfaitaire basis

In 2024 wordt de belasting in box 3 nog steeds op een forfaitaire basis berekend. Dit betekent dat belasting wordt betaald over een fictief rendement, ongeacht het werkelijke rendement. Bij een vermogen hoger dan €57.000 (per persoon) wordt belasting geheven over dat vermogen, maar kan bezwaar worden gemaakt tegen de aanslag als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.

Cryptovaluta
De waarde van cryptomunten valt onder de bezittingen in box 3. Over de waarde van uw bezittingen aan cryptovaluta betaalt u belasting. De waarde van de cryptovaluta moet worden aangegeven zoals deze was op 1 januari om 00:00 uur van het belastingjaar. Voor de aangifte over 2024 moet de waarde van de crypto’s op 1 januari 2024 worden opgegeven.
Let op: vanaf 2026 zullen cryptodienstverleners verplicht zijn om belastinggegevens te delen met de belastingdiensten in de EU. Cryptovaluta van uw minderjarige kinderen moeten ook als vermogen worden opgegeven in uw aangifte inkomstenbelasting!

Woningen
Als een tweede woning in Nederland wordt bezeten, moet de WOZ-waarde van de woning worden opgegeven. De WOZ-waarde is te vinden op de WOZ-beschikking van de gemeente en heeft betrekking op de waarde peildatum van 1 januari van het jaar vóór het belastingjaar. Indien de woning in erfpacht is, moet de WOZ-waarde worden verlaagd met de waarde van de toekomstige erfpachtcanons.
Bij bezit van een tweede woning in het buitenland moet de waarde van de woning in het economisch verkeer in onbewoonde staat worden opgegeven.

Leegwaarderatio
Bij verhuur van een woning aan particulieren kan de waarde van de woning door huurbeschermingsregels worden gedrukt. Dit wordt gecorrigeerd met de leegwaarderatio. De leegwaarderatio is een percentage van de WOZ-waarde en hangt af van de verhouding tussen de jaarlijkse huurprijs en de WOZ-waarde van de woning. Dit percentage wordt automatisch in de aangifte verwerkt.
Vanaf 2023 geldt de leegwaarderatio niet meer voor tijdelijk verhuurde woningen.

Groene beleggingen

Groen beleggen biedt belastingvoordelen. Bij belegging in groene projecten of fondsen kan worden geprofiteerd van een vrijstelling. In 2024 geldt deze vrijstelling tot €71.251 (voor een fiscale partner €142.502). Boven dit bedrag wordt belasting geheven, maar kan een extra heffingskorting van 0,7% worden ontvangen, wat de belastingdruk verlaagt.

Excessief lenen voor de directeur-grootaandeelhouder

Bij een lening van meer dan €500.000 van de eigen BV moet het bedrag boven dit grensbedrag als reguliere inkomsten uit het aanmerkelijk belang worden aangegeven. Een lening voor de eigen woning telt, onder bepaalde voorwaarden, niet mee voor het drempelbedrag.

Middelingsregeling
Indien er sterke schommelingen in het inkomen over drie opeenvolgende jaren zijn, kan de belasting die in deze jaren is betaald, worden teruggevorderd, mits er meer belasting is betaald dan wanneer het inkomen gelijk was gebleven. Middeling kan worden aangevraagd in gevallen zoals:

  • Het net starten met werken.
  • Het nemen van onbetaald verlof.
  • Het beëindigen van werk (bijvoorbeeld door pensionering).
  • Het verliezen van een baan.

De belastingteruggave wordt niet automatisch verstrekt, tenzij er een aanvraag wordt ingediend. Houd er rekening mee dat de regeling vanaf 2023 is afgeschaft. Het tijdvak voor middeling is beperkt tot de jaren 2022-2024.

Contact

Heeft u vragen? Onze adviseurs staan voor u klaar!

Heeft u vragen of behoefte aan ondersteuning bij het invullen van uw aangifte voor 2024? Onze adviseurs staan klaar om u deskundig te adviseren en te zorgen voor een correcte en tijdige aangifte. Wij helpen u graag verder om het proces efficiënt en zonder problemen te doorlopen. Wilt u weten wat Bureau Aard voor u kan betekenen? Neem contact met ons op!

Belastingrente vennootschapsbelasting: massaal bezwaar na uitspraak rechtbank

Op 7 november 2024 oordeelde de Rechtbank Noord-Nederland dat de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (vpb) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Deze uitspraak heeft geleid tot een massaal bezwaar tegen de belastingrente, waarover de Belastingdienst nu een collectieve uitspraak moet doen. Maar wat betekent dit voor de betrokken belastingbetalers, en hoe werkt de massaal bezwaarprocedure?

Wat is de belastingrente?

De belastingrente wordt geheven wanneer belastingaanslagen niet op tijd worden betaald. Voor de vennootschapsbelasting was het belastingrentepercentage in de afgelopen jaren variabel, met percentages die hoger waren dan voor andere belastingsoorten, zoals de inkomstenbelasting. Tot 1 januari 2024 was het percentage gekoppeld aan de rente voor handelstransacties, waarna het werd gekoppeld aan de rente van de Europese Centrale Bank (ECB).

 

De belastingrente voor de vennootschapsbelasting varieerde van 4% tot 10%. Dit leidde tot kritiek, vooral omdat het percentage als te hoog werd ervaren en niet marktconform zou zijn.

De uitspraak van 7 november 2024

De Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de belastingrente van 8% voor de vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat maatregelen geen onevenredige nadelige gevolgen mogen hebben voor de betrokkenen. De rechtbank concludeerde dat de rente van 8% een onterecht hoge last vormt voor belastingplichtigen.

 

De rechter stelde het belastingrentepercentage vast op 4%, wat was overeengekomen tussen de betrokken partijen in het geval dat de belanghebbende in het gelijk zou worden gesteld. Deze uitspraak geldt voor alle aanslagen vanaf 1 januari 2022.

Massaal bezwaar tegen de belastingrente

Naar aanleiding van deze uitspraak werden veel bezwaarschriften ingediend tegen de belastingrente. Omdat de Belastingdienst niet in staat is om alle bezwaarschriften op de gebruikelijke wijze tijdig te behandelen, werd besloten om de massaal bezwaarprocedure toe te passen. Dit maakt de behandeling van een groot aantal bezwaarschriften efficiënter.

Hoe werkt de massaal bezwaarprocedure?

Wanneer de massaal bezwaarprocedure wordt toegepast, worden bezwaarschriften die dezelfde rechtsvraag betreffen gezamenlijk behandeld. De Belastingdienst zal een of meerdere proefprocedures selecteren, en de uitkomst hiervan geldt voor alle bezwaarschriften die onder de massaal bezwaarprocedure vallen. De lopende cassatieprocedure is één van de proefprocedures.

 

Als de Hoge Raad de Belastingdienst in het ongelijk stelt, wordt de belastingrente voor de betrokken belastingplichtigen aangepast. Belastingbetalers hoeven alleen aan te geven dat hun bezwaar betrekking heeft op de rechtsvragen die in de aanwijzing massaal bezwaar zijn opgenomen.

Wat betekent de uitspraak voor 2024 en 2025?

De uitspraak van de rechtbank geldt voor belastingaanslagen vanaf 1 januari 2022. De belastingrente voor 2024 is echter verhoogd naar 10%, en deze is vanaf 1 januari 2024 gekoppeld aan de rente van de Europese Centrale Bank. Het is nog onduidelijk of de uitspraak van de rechtbank ook van toepassing zal zijn op de belastingrente vanaf 2024, gezien de gewijzigde wetgeving.

 

Voor 2025 is er positief nieuws: de belastingrente wordt met 1%-punt verlaagd ten opzichte van 2024. De rente voor vennootschapsbelasting gaat van 10% naar 9%, en voor andere belastingsoorten van 7,5% naar 6,5%. Deze verlaging is een stap in de goede richting, maar het blijft belangrijk om te controleren of het belastingrentepercentage correct is. Als blijkt dat er te veel belastingrente is betaald, kan bezwaar worden gemaakt.

Actiepunt: Bezwaar indienen binnen 6 weken

Belastingbetalers die bezwaar willen maken tegen de belastingrente, dienen dit binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag te doen. Het is essentieel om deze termijn in de gaten te houden en tijdig actie te ondernemen om mogelijk voordeel te behalen uit de uitspraak en eventuele verlaging van de belastingrente.

Belasting op werkelijk rendement uitgesteld tot 2028

De invoering van een nieuw stelsel voor box 3, waarin vermogen op basis van werkelijk rendement wordt belast, is uitgesteld naar 1 januari 2028.

Reden voor uitstel

Voor de invoering van het nieuwe box 3-stelsel is vastgesteld dat een wetsvoorstel uiterlijk op 15 maart 2026 moet zijn aangenomen om de geplande invoeringsdatum in 2028 te halen. Hoewel tijdelijke alternatieven, zoals een vermogensaanwasbelasting of een vermogensbelasting, theoretisch per 2027 haalbaar zouden zijn. Toch kiest het kabinet daar niet voor, omdat een tussenstelsel voor slechts één jaar de uiteindelijke hervorming naar werkelijk rendement verder zou bemoeilijken

Forfaitair en werkelijk rendement

Het huidige box 3-stelsel werkt op basis van een forfaitair rendement, waarbij een fictief rendement wordt vastgesteld voor verschillende soorten vermogen. Dit betekent dat belastingplichtigen belasting betalen over een verondersteld rendement, ongeacht hoeveel zij daadwerkelijk hebben verdiend met hun vermogen.

 

Voor de aangifte over het inkomstenbelastingjaar 2024 blijft het forfaitaire systeem van kracht. Dit houdt in dat belastingplichtigen belasting betalen over een vastgesteld fictief rendement. Belastingplichtigen kunnen in 2024 gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. Dit betekent dat zij moeten aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, waardoor ze minder belasting hoeven te betalen.

 

Bij de invoering van het nieuwe stelsel in 2028 zal belasting worden geheven op basis van het werkelijk behaalde rendement. Dit betekent dat belastingplichtigen alleen belasting betalen over de daadwerkelijke opbrengsten van hun spaargeld, beleggingen of andere vermogensbestanddelen.

Gevolgen voor belastingplichtigen

Het huidige systeem van forfaitaire rendementen met een tegenbewijsregeling zal door het uitstel langer van kracht blijven. Hiermee wordt belastingplichtigen de mogelijkheid geboden aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Het uitstel resulteert echter in een begrotingsgat van € 2,55 miljard. Om deze derving te compenseren, worden binnen het bestaande stelsel aanpassingen doorgevoerd:

 

  • Het forfait voor overige bezittingen vanaf 2026 verhogen met 1,78% (als deze verhoging al in 2025 zou plaatsvinden, zou dit uitkomen op 7,66% (5,88% + 1,78%)).
  • Het heffingsvrije vermogen vanaf 2026 verlagen naar ongeveer € 52.048.

Digitalisering van aangiftes

Het gebruik van de tegenbewijsregeling zal eenvoudiger worden gemaakt. Vanaf 2025 zal het mogelijk worden gemaakt om het werkelijke rendement direct in de digitale belastingaangifte op te geven, zonder dat hiervoor een apart formulier nodig is. Tegen 2027 zal een deel van de aangifte vooraf ingevuld worden met gegevens van financiële instellingen. Op deze manier wordt beoogd de administratieve lasten te verlichten en meer transparantie te bieden.

Kritiek en vooruitblik

Door de verlenging van het huidige systeem zal het forfaitaire systeem, dat door veel critici als oneerlijk wordt ervaren, langer van toepassing blijven op belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement. Toch wordt door het kabinet benadrukt dat de extra tijd nodig is om een duurzaam en uitvoerbaar stelsel te ontwikkelen.

Belasting betalen over crypto? Dit moet je weten om problemen achteraf te voorkomen

Cryptovaluta, zoals Bitcoin en Ethereum, worden in Nederland belast volgens de regels van de inkomstenbelasting, specifiek in box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001. In deze box wordt belasting geheven over het vermogen van een belastingplichtige, zoals spaargeld, aandelen en cryptovaluta. Het vermogen wordt belast op basis van de waarde van dat vermogen op 1 januari van elk jaar (de “peildatum”). Hieronder wordt uitgelegd hoe cryptovaluta belast worden, waarom ze onder box 3 vallen, en wat dit betekent voor belastingbetalers. Deze uitleg is gebaseerd op een recente uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, waarin werd vastgesteld dat cryptovaluta tot de bezittingen in box 3 behoren.

Wat is box 3?

In box 3 wordt belasting geheven over vermogen dat niet wordt gekwalificeerd als inkomen uit werk en woning.  Het vermogen wordt belast op basis van de waarde op 1 januari van elk jaar. Dit vermogen kan bestaan uit:

  • Spaartegoeden
  • Beleggingen
  • Onroerend goed (dat niet als eigen woning wordt gebruikt)
  • Overige bezittingen, waaronder cryptovaluta

Het belastingtarief in box 3 is gebaseerd op een forfaitair rendement. Dit betekent dat belasting wordt geheven over een verondersteld rendement (winst) op het vermogen, ook als er geen daadwerkelijk rendement behaald is. Het forfaitaire rendement varieert, afhankelijk van de hoogte van het vermogen.

Waarom vallen cryptovaluta in box 3?

 

Cryptovaluta worden beschouwd als vermogen, omdat cryptovaluta economische waarde vertegenwoordigen. Cryptovaluta kunnen worden verhandeld (gekocht en verkocht) en kunnen winst opleveren, bijvoorbeeld wanneer de waarde van een cryptomunt stijgt. Volgens de belastingdienst vallen cryptovaluta onder de categorie ‘overige bezittingen’ in box 3. Dit geldt, zelfs als cryptovaluta niet als ‘vermogensrechten’ in de civiele wetgeving worden gezien.

 

In een recente uitspraak van het gerechtshof Amsterdam werd bevestigd dat cryptovaluta onder de belastingregels van box 3 vallen. Het hof oordeelde dat cryptovaluta onder de rendementsgrondslag van box 3 vallen, aangezien ze overdraagbaar zijn, economische waarde vertegenwoordigen en financieel voordeel kunnen opleveren. Hoewel cryptovaluta niet als vermogensrecht in civielrechtelijke zin worden beschouwd, werden ze door het hof aangemerkt als ‘overige bezittingen’ volgens de Wet inkomstenbelasting 2001.

Forfaitair rendement en belasting op cryptovaluta in box 3

 

In box 3 wordt belasting geheven over een forfaitair rendement. Dit is een verondersteld rendement op je vermogen, ongeacht of je daadwerkelijk winst maakt. Het belastingtarief voor het belastingjaar 2024 op dit rendement is 36%. Dit belastingtarief wordt jaarlijkse opnieuw vastgesteld.

 

Voor overige bezittingen (waar cryptovaluta onder valt) wordt een forfaitair rendement van 6,04% verondersteld. Dit geldt voor vermogen boven het heffingsvrije vermogen van € 57.000.

Stap Omschrijving Berekening Uitkomst
1. Belastbaar rendement € 150.000 × 6,04% € 9.060
2. Rendementsgrondslag € 150.000 – € 0 € 150.000
3. Grondslag sparen en beleggen € 150.000 – € 57.000 € 93.000
4. Aandeel in rendementsgrondslag € 93.000/ € 150.000 × 100 62%
5. Voordeel uit sparen en beleggen € 9.060 × 62% € 5.617,20
6. Belastingtarief 2024 € 5.617,20 × 36% € 2.022,59

Wat als verlies is gemaakt op cryptovaluta?

 

Als er verlies is gemaakt met cryptovaluta, bijvoorbeeld doordat de waarde van de investering is gedaald, heeft dit geen invloed op de belasting die verschuldigd is. Er wordt namelijk belasting geheven op het forfaitaire rendement, wat betekent dat belasting wordt betaald over het veronderstelde rendement, ook als geen rendement is.

Wat als het werkelijke rendement lager is?

 

Als het forfaitaire rendement niet wordt geaccepteerd (bijvoorbeeld bij verlies of een lagere waarde van de cryptovaluta dan het veronderstelde rendement), kan dit worden aangetoond bij de belastingdienst. Middels een bezwaarschrift wordt het werkelijke rendement uiteengezet.

Administratie van cryptovaluta

 

Een gedetailleerde administratie van cryptovaluta wordt aanbevolen, zodat de waarde op de peildatum kan worden aangetoond. De belastingdienst kan bewijs vragen van de waarde van de cryptomunten, bijvoorbeeld in de vorm van een screenshot van de koers op 1 januari. Ook moeten eventuele aankopen, verkopen en andere transacties worden bijgehouden voor de belastingaangifte.

 

 

Meer nettoloon in 2025? Dit verandert er voor werkenden en gepensioneerden

In 2025 stijgt het nettoloon voor een groot deel van de werknemers. Dit is te danken aan nieuwe belastingmaatregelen. Toch is er een keerzijde: niet iedereen profiteert evenveel, en sommige groepen gaan er zelfs op achteruit.

Wat verandert er in 2025?

De belangrijkste wijziging in 2025 is de introductie van een extra belastingschijf. Hierdoor betalen veel mensen minder belasting over hun inkomen. Voor het eerste deel van het inkomen geldt volgend jaar een belastingtarief van 35,82%. Dit nieuwe tarief is van toepassing op inkomens tot €38.441 per jaar. Vergeleken met dit jaar geldt er een tarief van 36,97% over de eerste €75.518.

Wie profiteert van de nieuwe belastingregels?

Werknemers met een modaal brutoloon (ongeveer €3588 per maand) ontvangen vanaf januari 56 euro extra per maand. De stijging bij werkenden met een minimumloon is afhankelijk van het aantal gewerkte uren:

  • 36 uur per week: + €41
  • 38 uur per week: + €53
  • 40 uur per week: + €58

Daarnaast stijgt het minimumuurloon in 2025 naar €14,06 voor werkenden vanaf 21 jaar.

De keerzijde: parttimers en lage inkomens

Niet iedereen heeft baat bij de belastingmaatregelen. Vooral parttimers met een brutoloon tussen de €1.000 en €2.000 per maand gaan er in veel gevallen op achteruit. Dit komt doordat de maximale algemene heffingskorting in 2025 met €294 wordt verlaagd.

Voor deze groep betekent dit:

  • Bij €1.000 bruto per maand: – €22 netto
  • Bij €1.500 bruto per maand: – €31 netto
  • Bij €2.000 bruto per maand: – €32 netto

Zelfs fulltime minimumloners, met een salaris rond de €2.000 per maand, merken de negatieve effecten. Jongeren met een vergelijkbaar inkomen vallen hieronder. Vanaf een salaris van ongeveer €2.150 gaan werkenden er niet meer op achteruit.

Wat betekent dit voor gepensioneerden?

Gepensioneerden kunnen uitkijken naar een lichte daling van het belastingtarief. Het belastingtarief voor AOW-gerechtigden wordt verlaagd van 19,07% naar 17,92%. Ook wordt hun bijdrage aan de Zorgverzekeringswet iets verlaagd. Deze wijzigingen zorgen ervoor dat het aanvullend pensioen in 2025 stijgt.

 

2025 in zicht: actuele fiscale tips voor u en uw organisatie

Het jaar 2025 komt snel dichterbij, en het is belangrijk om te weten welke fiscale acties vóór het einde van 2024 nog genomen kunnen worden, en welke juist beter tot volgend jaar kunnen worden uitgesteld. Door nu strategisch te handelen, kunt u inspelen op de wijzigingen die in 2025 plaatsvinden.

In dit artikel hebben wij de belangrijkste fiscale tips en aandachtspunten voor zowel u als voor uw organisatie op een rij gezet. De selectie is gebaseerd op het Belastingplan 2025, dat op 14 november 2024 door de Tweede Kamer is aangenomen. De Eerste Kamer stemt over het pakket op 17 december 2024. Daarnaast worden ook tips besproken die voortkomen uit eerdere wetsvoorstellen, goedkeuringen en beleidsbesluiten die relevant zijn voor het komende jaar.

Box 1: Middeling

Middelingsregeling voor 2022-2024: Laatste kans om belastingteruggave te ontvangen

De middelingsregeling is per 2023 afgeschaft, maar voor de jaren 2022-2024 kunt u nog profiteren van deze regeling. Hiermee kan het gemiddelde inkomen over drie aaneengeschakelde jaren worden berekend, en als het gemiddelde belastingtarief lager is, kan er belasting worden terugontvangen.

Actietip: Maak gebruik van de middelingsregeling voor het laatst over de jaren 2022-2024, voordat deze regeling niet meer beschikbaar is.

Box 2: Dividenduitkeringen

Het uitkeren van dividend

In box 2 wordt inkomen uit aanmerkelijk belang, zoals dividend, momenteel belast in twee schijven. Tot 67.000 euro (of 134.000 euro voor fiscale partners) geldt een belastingtarief van 24,5%, en voor het meerdere wordt 33% geheven. Vanaf 2025 wordt echter het hogere tarief van 33% verlaagd naar 31% voor inkomens boven 67.804 euro. Dit biedt mogelijkheden om belasting te besparen bij dividenduitkeringen in 2025.

Actietip: Overweeg om in 2024 al dividend uit te keren tot 67.000 euro om te profiteren van het lagere tarief in de eerste schijf.

Lenen van de BV: wees voorzichtig met schulden boven 500.000 euro

Voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) geldt dat schulden aan de eigen BV van meer dan 500.000 euro als dividend worden behandeld, en dus belast worden in box 2 tegen tarieven van 24,5% en 33%. Dit geldt met uitzondering van schulden die verband houden met de eigen woning.

Actietip: Het kan voordelig zijn om leningen boven deze grens af te bouwen vóór 31 december 2024.

Box 3: Wijzigingen voor eigenwoningschuld en beleggingen

Keuze tussen box 1 en box 3 voor eigenwoningschuld

Wanneer de hypotheekrente laag is, kan het fiscaal voordelig zijn om de eigenwoningschuld in box 3 onder te brengen, in plaats van box 1. Dit kan voordeel opleveren door de lagere renteaftrekken in box 1 en de gefaseerde afschaffing van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (wet Hillen).

Actietip: Overweeg de mogelijkheden om de eigenwoningschuld in box 3 onder te brengen om belasting te besparen.

 

Beleggingen onderbrengen in een BV of VBI

Afhankelijk van uw vermogen kan het voordelig zijn om beleggingen onder te brengen in een BV (box 2) of een VBI (vrijgestelde beleggingsinstelling). Dit kan belastingvoordelen opleveren, zoals de vrijstelling van vennootschapsbelasting voor een VBI.

Actietip: Overweeg beleggingen onder te brengen in een BV of VBI, afhankelijk van het rendement en de omvang van uw vermogen.

 

Rechtsherstel in box 3: aanvragen en mogelijkheden

Voor alle aanslagen vanaf 2021 is er recht op rechtsherstel door het zogenoemde kerstarrest van de Hoge Raad. Is het werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, dan kan aanvullend rechtsherstel worden verkregen. Dit kan door het formulier ‘Opgaaf Werkelijk Rendement’ (OWR) in te vullen, dat medio 2025 beschikbaar zal komen.

Actietip: Controleer of u in aanmerking komt voor rechtsherstel en dien indien nodig een verzoek in.

 

Vrijstelling voor groene beleggingen in box 3

De vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 wordt per 1 januari 2025 verlaagd van 71.251 euro (142.502 euro voor fiscale partners) naar 26.312 euro (52.624 euro voor fiscale partners). Daarnaast wordt de heffingskorting groene beleggingen verlaagd van 0,7% naar 0,1% van het werkelijk in box 3 vrijgestelde bedrag aan groene beleggingen.

Actietip: Overweeg om vóór 1 januari 2025 te investeren in groene beleggingen om nog gebruik te maken van de hogere vrijstelling.

Bedrijfsopvolging: maak tijdig gebruik van de fiscale faciliteiten

De bedrijfsoverdracht plannen

De fiscale regels rondom bedrijfsopvolging zullen de komende jaren veranderen. De 100%-vrijstelling in de schenk- en erfbelasting gaat gelden voor ondernemingsvermogen met een waarde tot 1,5 miljoen euro. Bovendien zal het vrijstellingspercentage voor vermogens boven deze grens dalen van 83% naar 75%. Er wordt ook een minimumleeftijd voor de opvolger ingevoerd.

Daarnaast geldt per 2025 een kortere voortzettingstermijn van drie jaar, in plaats van vijf jaar. Het is daarom essentieel om tijdig na te denken over de bedrijfsoverdracht en de fiscale gevolgen van deze veranderingen.

Actietip: Plan uw bedrijfsoverdracht goed en maak gebruik van de fiscale faciliteiten vóór de nieuwe regels in 2025 van kracht worden.

 

Let op de afschaffing van de beleggingsmarge in de BOR/DSR

Per 1 januari 2025 vervalt de beleggingsmarge in de BOR/DSR, wat betekent dat beleggingsvermogen niet meer automatisch onder de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten valt. Het is belangrijk om nu al te bepalen welk vermogen wel of niet als ondernemingsvermogen kwalificeert.

Actietip: Zorg ervoor dat u precies weet welke middelen kwalificeren als ondernemingsvermogen en bereid uw bedrijf goed voor op de afschaffing van de beleggingsmarge.

 

Strengere regels voor gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen

Bedrijfsmiddelen die zowel zakelijk als privé gebruikt worden, kwalificeren vanaf 2025 alleen nog als ondernemingsvermogen voor de BOR/DSR als ze daadwerkelijk binnen de onderneming worden gebruikt. Dit geldt voor vermogensbestanddelen van meer dan 100.000 euro die minder dan 90% zakelijk worden gebruikt.

Actietip: Controleer het gebruik van bedrijfsmiddelen en zorg ervoor dat alleen daadwerkelijk zakelijk gebruikte middelen als ondernemingsvermogen worden aangemerkt.

 

Loonheffingen : schijnzelfstandigheid

Voorkom schijnzelfstandigheid

Organisaties die zzp’ers inhuren, krijgen per 1 januari 2025 meer verantwoordelijkheid in het beoordelen van de arbeidsrelatie met de zzp’er, vooral in het kader van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA). De handhaving van deze wet werd de afgelopen jaren opgeschort, maar per 1 januari 2025 wordt dit moratorium opgeheven. Dit betekent dat organisaties vanaf dat moment strenger moeten kijken naar hun relaties met zzp’ers, vooral bij kwaadwillendheid of het niet opvolgen van aanwijzingen. In 2026 treedt de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden in werking. Zorg ervoor dat uw organisatie goed geïnformeerd is over deze veranderingen.

Actietip: Controleer de arbeidsrelaties met zzp’ers en zorg ervoor dat de contracten voldoen aan de richtlijnen van de Wet DBA. Dit helpt schijnzelfstandigheid te voorkomen en minimaliseert de risico’s van belastingheffing per 1 januari 2025.

Vennootschapsbelasting: fiscale planning

Besparen op Belasting met een Gift vanuit de BV

Een grote gift vanuit uw BV aan een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) of een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI) kan onder voorwaarden aftrekbaar zijn in de vennootschapsbelasting. Als de gift vóór 1 januari 2025 wordt gedaan, wordt deze niet aangemerkt als een uitdeling, waardoor geen box 2-heffing of dividendbelasting verschuldigd is.

Actietip: Overweeg om vóór 1 januari 2025 een gift te doen en zo belasting te besparen.

 

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Maak optimaal gebruik van de KIA door uw zakelijke investeringen vóór 1 januari 2025 te doen. De KIA biedt belastingvoordeel voor bedrijfsmiddelen tussen de € 2.800 en € 387.580.

Actietip: Maak een overzicht van uw geplande investeringen en controleer of ze binnen deze grens vallen, zodat u extra belastingaftrekken kunt realiseren.

 

Voorkom de desinvesteringsbijtelling

Wees alert bij het verkopen of afstoten van bedrijfsmiddelen. De desinvesteringsbijtelling houdt in dat belastingaftrekken van eerdere investeringen worden teruggevorderd. Verkoop geen bedrijfsmiddelen met hoge afschrijvingen of belastingvoordeel voordat u de desinvesteringsbijtelling in overweging hebt genomen.

Actietip: Plan uw desinvesteringen zorgvuldig om onverwachte belastingverplichtingen te voorkomen.

 

Werkkostenregeling (WKR)

Gebruik de vrije ruimte in de Werkkostenregeling maximaal door vergoedingen en verstrekkingen goed te administreren. De vrije ruimte is een percentage van de loonsom van uw organisatie. Zorg ervoor dat u vergoedingen zoals geschenken, telefoons of laptops juist verwerkt in uw administratie om belastingheffing te voorkomen.

 

Houd rekening met wijziging kwalificatie open CV

Vanaf 1 januari 2025 worden de meeste commanditaire vennootschappen (CV’s) fiscaal transparant. Dit betekent dat de commanditaire vennoten rechtstreeks in de belastingheffing worden betrokken voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting. De wetgever heeft overgangsbepalingen geïntroduceerd, die per 1 januari 2024 van kracht zijn. Het is belangrijk om te controleren of u nog gebruik kunt maken van deze overgangsbepalingen om de fiscale gevolgen te beperken.

Actietip: Evalueer de wijziging van de kwalificatie van commanditaire vennootschappen (CV’s).

Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling

Benut verruiming startersvrijstelling

Huizenkopers tussen de 18 en 35 jaar kunnen tot 1 januari 2025 profiteren van de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Per 1 januari 2025 wordt de vrijstelling verhoogd naar een aankoopbedrag van 525.000 euro, in plaats van 510.000 euro. Het kan voordelig zijn om de aankoop van een woning met een waarde tussen deze bedragen uit te stellen naar 2025.

Actietip: Stel de aankoop van een woning uit tot 2025 om te profiteren van de verhoogde startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting.

Mobiliteit: BPM-vrijstelling en subsidies

Verlies BPM-vrijstelling voor bestelauto’s

Per 1 januari 2025 vervalt de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s die door ondernemers worden aangeschaft (grijskentekenregeling). Als uw organisatie gebruik wil maken van deze regeling, moet de bestelauto voor 1 januari 2025 op kenteken staan.

Actietip: Koop een bestelauto vóór 1 januari 2025 om nog gebruik te maken van de BPM-vrijstelling.

 

Subsidie voor elektrische auto’s

Als particulier kunt u tot 1 juli 2025 profiteren van de Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP), die subsidie biedt voor de aanschaf van nieuwe en gebruikte volledig elektrische auto’s. Dit geldt ook voor ondernemers via de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA), die eindigt op 31 december 2024.

Omzetbelasting: vastgoed en diensten

Btw-wijziging voor vastgoed

Per 1 januari 2025 verandert de btw-behandeling van servicekosten in vastgoedtransacties. Dit kan gevolgen hebben voor uw btw-administratie, dus het is raadzaam om tijdig te controleren welke servicekosten onder de gewijzigde regels vallen.

Actietip: Evalueer de btw-behandeling van servicekosten binnen huurovereenkomsten

 

Btw-wijziging voor digitale diensten

Met ingang van 1 januari 2025 wijzigen de btw-regels voor digitale evenementen en diensten. De btw wordt verschuldigd in het land waar de afnemer is gevestigd. Dit betekent dat ondernemers in deze sectoren moeten nagaan waar hun klanten zich bevinden en hoe dit de btw-aangifte beïnvloedt.

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen of behoefte aan verder advies? Neem dan contact op met onze adviseurs. Met onze aanpak van “Orde op zaken – zaken op orde” zorgen wij ervoor dat uw situatie duidelijk wordt en alles optimaal geregeld is.

Maak een Frisse Start in 2025: Orde op Zaken met Bureau Aard

Met het nieuwe boekjaar voor de deur, is januari hét moment om orde op zaken te stellen en met een frisse start aan 2025 te beginnen. Overweeg je om over te stappen naar een administratiekantoor dat jouw bedrijf echt begrijpt? Bureau Aard helpt je graag met een soepele overgang. Orde op zaken, zaken op orde – dát is waar wij voor staan.

Waarom kiezen voor Bureau Aard?

  • Persoonlijke benadering en maatwerk We nemen de tijd om jouw bedrijf te leren kennen en stemmen onze diensten af op jouw unieke behoeften, zodat je administratie altijd in goede handen is.
  • Efficiëntie met moderne technologie Onze up-to-date software maakt je administratie overzichtelijk en toegankelijk, waardoor je tijd bespaart en altijd inzicht hebt. Zo houden we je zaken op orde.
  • Helder financieel advies Bureau Aard biedt advies dat verder gaat dan alleen de cijfers. Wij denken met je mee over besparingen, groei en belastingvoordelen, zodat jij optimaal profiteert.
  • Soepele overstapservice Met onze overstapservice wordt de overgang naar Bureau Aard eenvoudig geregeld. Wij zorgen voor de administratie, zodat jij je kunt richten op je bedrijf.

 

Klaar om orde op zaken te stellen? Neem vandaag nog contact op met een van onze adviseurs voor een vrijblijvend gesprek en ervaar hoe wij jouw administratie naar een hoger niveau tillen.

Excessief lenen bij de eigen vennootschap

Leningen van een aanmerkelijkbelanghouder en diens partner boven de € 700.000 bij de eigen vennootschap zijn vanaf 2023 in box 2 belast als een dividenduitkering. Onder voorwaarden geldt een uitzondering voor de bestaande en nieuwe leningen voor de eigen woning. Het eerste moment voor toetsing is 31 december 2023. De aanmerkelijkbelanghouder heeft tot deze datum de tijd om bovenmatige schulden af te lossen.

 

De Tweede Kamer heeft op 26 oktober 2023 het Belastingpakket 2024 aangenomen tezamen met diverse amendementen. Er is een amendement aangenomen, waarmee het maximum leenbedrag bij een eigen vennootschap is verlaagd. Vanaf 2024 kan maximaal € 500.000 van de eigen vennootschap worden geleend.

Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Het wetsvoorstel over excessief lenen heeft ten doel uitstel van belastingheffing in box 2 tegen te gaan. Dat uitstel vindt in de praktijk toepassing als geld wordt uitgeleend aan de ab-houder, in plaats van het uitkeren van dividend.

Reeds in 2018 is de maatregel aangekondigd om dit tegen te gaan. Deze maatregel hield in dat de ab-houder tezamen met de partner niet meer dan € 500.000 onbelast mocht lenen van de eigen bv. De financiering van de eigen woning (hoofdverblijf) is uitgezonderd van de maatregel. De staatssecretaris heeft inmiddels een derde nota van wijziging bij het wetsvoorstel over excessief lenen bij de bv naar de Tweede Kamer gezonden. Daarmee is het maximumbedrag aan onbelast lenen verhoogd van € 500.000 naar € 700.000.

Ingeval een ab-houder samen met de partner en bloedverwanten in de rechte lijn (grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen) van de bv tezamen meer dan € 700.000 leent, is het meerdere boven het maximum vanaf 2023 bij de ab-houder belast als fictief regulier voordeel (dividenduitkering) tegen 26,9% aanmerkelijkbelangtarief. Indien de partner of andere verbonden persoon zelf een ab heeft, wordt het voordeel bij hem of haar belast. De lening voor de eigen woning telt niet mee. Maar dat is dan ook de enige uitzondering, hoe zakelijk een lening ook is. De toetsing vindt plaats aan het eind van het jaar. De eerste toetsing zal plaatsvinden op 31 december 2023.

Bron: Tweede Kamer, 24 maart 2022, 35496 nr. 15

Aanpassing belastingdruk box 3

De Wet aanpassing box 3 is gepubliceerd in Staatsblad 2020, 546, 23 december 2020. Met deze wet wordt de vermogensrendementsheffing in box 3 aangepast zodat met ingang van 2021 met name de belastingdruk op kleinere vermogens in box 3 daalt.
 
Als het totale vermogen op de peildatum van 1 januari van een belastingjaar meer bedraagt dan het heffingsvrije vermogen, dan is de belastingheffing van box 3 van toepassing. Voor 2020 bedraagt het heffingsvrije vermogen € 30.846 voor alleenstaanden en € 61.692 voor gehuwden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dat verhoogd naar € 50.000 voor alleenstaande en € 100.000 voor gehuwden. Indien het vermogen hoger is dan het vrijgestelde bedrag, wordt dat meerdere progressief belast.
 

Voor 2020 laat de belastingheffing zich als volgt schematisch weergeven:

Schijf Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen 2020 Percentage spaargedeelte 0,07% Percentage beleggingsgedeelte 5,28%
1 vanaf € 30.846 tot € 103.643 67% 33%
2 vanaf € 103.643 tot € 1.036.418 21% 79%
3 vanaf € 1.036.418 0% 100%

Het berekende gemiddelde rendement wordt vervolgens belast tegen een tarief van 30%.
 
De schrijfgrenzen worden met ingang van 1 januari 2021 opnieuw vastgesteld. Voor 2020 laat de belastingheffing zich als volgt schematisch weergeven:

Schijf Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen 2020 Percentage spaargedeelte 0,03% Percentage beleggingsgedeelte 5,69%
1 vanaf € 50.000 tot € 100.000 67% 33%
2 vanaf € 100.000 tot € 1.000.000 21% 79%
3 vanaf € 1.000.000 0% 100%

Het berekende gemiddelde rendement wordt vervolgens belast tegen een tarief van 31%.
 
Mocht u naar aanleiding van dit artikel vragen hebben, neem dan contact op met Robert Philips, belastingadviseur (philips@bureau-aard.nl).