Kennisgroep: vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak geen loon

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft zich onlangs gebogen over de fiscale vraag wat er gebeurt met deze vergoeding wanneer het om een elektrische auto van de zaak gaat. Het standpunt hierover is helder: de vergoeding die werknemers via ERE-certificaten ontvangen voor het thuis opladen van hun zakelijke elektrische auto, vormt geen loon in de zin van de Wet LB 1964

 

Wat zijn ERE-certificaten en de vergoeding van 10 cent per kWh?

Sinds 2026 kunnen huishoudens met een elektrische auto een financiële vergoeding krijgen voor de stroom die zij thuis laden via hun eigen laadpaal. Dit loopt via zogenoemde ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden), een systeem dat aantoont dat er CO₂-uitstoot is bespaard door elektrisch te rijden. Omdat fossiele brandstofleveranciers wettelijk verplicht zijn om hun uitstoot te verlagen, kopen zij deze certificaten op. De vergoeding die hiertegenover staat, in de wandelgangen vaak de 10 cent per geladen kWh genoemd, wordt via inboekdienstverleners uitgekeerd aan de eigenaar van het energiecontract achter de laadpaal.

 

Volgens de kennisgroep wordt er in deze situatie niet voldaan aan de verstrekkingseis en de causaliteitseis. Er is geen sprake van een voordeel in opdracht en voor rekening van de werkgever en de vergoeding houdt onvoldoende causaal verband met de dienstbetrekking. Ook is er geen sprake van loon van derden, omdat niet wordt voldaan aan de finaliteitseis: het opladen van de auto van de zaak is geen werkzaamheid en de werknemer doet dit als particuliere gebruiker van het stroomnet. Het voordeel behoort volledig tot de persoonlijke sfeer van de werknemer en kan, rekening houdend met de maatschappelijke opvattingen, niet worden toegerekend aan de dienstbetrekking.

 

Samen met Bureau Aard uw zaken op orde

De specialisten van Bureau Aard kijken graag met u mee om uw fiscale positie in kaart te brengen. Wij helpen u de juiste keuzes te maken, zodat u zorgeloos kunt blijven ondernemen en investeren. Kortom: orde op zaken, zaken op orde.

 

Benieuwd wat dit standpunt of andere fiscale wijzigingen voor uw situatie betekenen? Neem vandaag nog contact op met Bureau Aard voor een vrijblijvend adviesgesprek!

Toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties gepubliceerd

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het Toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties gepubliceerd. Daarin zijn de wettelijke regels en de belangrijkste rechtspraak samengebracht die worden gebruikt om te beoordelen of sprake is van werken in loondienst of als zzp’er.

 

Het document is een verkorte versie van het beslis- en afwegingskader van de Belastingdienst. Beide toetsingskaders kunnen volgens het ministerie worden gebruikt voor de beoordeling van arbeidsrelaties. De toelichting op de zogenoemde Deliveroo-richtlijnen is ongewijzigd overgenomen uit het toetsingskader van de Belastingdienst. Het volledige document kunt u hier inzien.

 

Wettelijke regels en Deliveroo-richtlijnen

Het toetsingskader begint met het wettelijke uitgangspunt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst als is voldaan aan de drie criteria uit artikel 7:610 BW: arbeid, loon en een gezagsverhouding. Vooral het criterium ‘werken in dienst van’ is daarbij onderscheidend. Van een gezagsverhouding kan al sprake zijn als de opdrachtgever de mogelijkheid heeft aanwijzingen en instructies te geven over de uitvoering van het werk, ook als daarvan in de praktijk nauwelijks gebruik wordt gemaakt.

 

Bij de beoordeling moeten vervolgens alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang worden gewogen. Het ministerie sluit daarvoor aan bij de negen richtlijnen uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de aard en duur van de werkzaamheden, de vrijheid om werktijden en werkwijze zelf te bepalen, de mate waarin de opdrachtnemer is ingebed in de organisatie, de mogelijkheid van vervanging, de wijze waarop afspraken en beloning tot stand komen, het commerciële risico en de vraag in hoeverre de opdrachtnemer zich ook buiten de betreffende opdracht als ondernemer gedraagt. Volgens het toetsingskader heeft geen van deze richtlijnen voorrang; de beoordeling blijft steeds een integrale afweging van alle relevante omstandigheden.

 

Samen met Bureau Aard uw zaken op orde

De specialisten van Bureau Aard kijken graag met u mee om uw fiscale positie in kaart te brengen. Wij helpen u de juiste keuzes te maken, zodat u zorgeloos kunt blijven ondernemen en investeren. Kortom: orde op zaken, zaken op orde.

 

Benieuwd wat dit nieuwe toetsingskader of andere fiscale wijzigingen voor uw situatie betekenen? Neem vandaag nog contact op met Bureau Aard voor een vrijblijvend adviesgesprek!

Uitspraak Hoge Raad: geen rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers box 3 (2017–2020)

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 uitspraak gedaan in de langlopende kwestie rondom de massaalbezwaarplusprocedure. De belangrijkste conclusie is dat belastingplichtigen die niet of te laat bezwaar maakten tegen hun box 3-heffing, geen recht hebben op rechtsherstel. Dit houdt in dat de herberekening van het box 3-inkomen op basis van het werkelijke rendement – zoals vastgesteld in het Kerstarrest – niet geldt voor de groep die destijds geen bezwaar heeft ingediend.

 

Kerstarrest als basis

Op 24 december 2021 stelde de Hoge Raad in het bekende Kerstarrest vast dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. Als reactie daarop werd de Wet rechtsherstel box 3 ingevoerd voor belastingplichtigen van wie de aanslag op die datum nog niet onherroepelijk vaststond. Voor belastingplichtigen bij wie de aanslag op dat moment al wel onherroepelijk vaststond, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, werd vervolgens de massaalbezwaarplusprocedure opgestart.

 

De uitspraak in de massaalbezwaarplusprocedure

De kernvraag in de nu afgeronde massaalbezwaarplusprocedure was of niet-bezwaarmakers alsnog hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mochten berekenen op basis van het werkelijke rendement. De Hoge Raad is helder: er is geen reden om terug te komen op eerdere oordelen. Argumenten over discriminatie, het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn door de hoogste rechter ongegrond verklaard.

Dit betekent definitief dat niet-bezwaarmakers geen aanspraak kunnen maken op een teruggaaf voor de jaren 2017-2020.

 

Wat betekent dit voor uw IB-aanslagen?

Indien uw aanslagen inkomstenbelasting op 24 december 2021 onherroepelijk vaststonden en u een verzoek om ambtshalve vermindering heeft ingediend, vallen deze verzoeken onder deze uitspraak. De Hoge Raad heeft beslist dat deze verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Let op: u kunt voor deze jaren ook geen beroep meer doen op het ‘D-dag-arrest’ van 6 juni 2024. De mogelijkheid op een box 3-teruggaaf voor deze groep is hiermee definitief van de baan.

 

Samen met Bureau Aard uw zaken op orde

De fiscale actualiteiten volgen elkaar in hoog tempo op en hebben vaak grote impact op uw persoonlijke financiële situatie. Een heldere koers is essentieel om verrassingen te voorkomen. De specialisten van Bureau Aard kijken graag met u mee om uw fiscale positie in kaart te brengen. Wij helpen u de juiste keuzes te maken, zodat u zorgeloos kunt blijven ondernemen en investeren. Kortom: orde op zaken, zaken op orde.

Benieuwd wat deze uitspraak of andere fiscale wijzigingen voor uw situatie betekenen? Neem vandaag nog contact op met Bureau Aard voor een vrijblijvend adviesgesprek!

Pseudo-eindheffing auto’s op punten aangepast

Per 2027 treedt de pseudo-eindheffing in de loonbelasting in werking voor auto’s van de zaak die rijden op fossiele brandstof. Omdat het een ingrijpende maatregel is, heeft het kabinet onderzocht hoe de eindheffing in de praktijk uit zal pakken en komt het nu met een aantal aanpassingen van de regeling.

 

Stimulans voor elektrisch rijden

Om werkgevers te stimuleren vooral elektrische auto’s ter beschikking te stellen, geldt per 1 januari 2027 een pseudo-eindheffing voor auto’s van de zaak die CO2 uitstoten en ook privé gebruikt worden door werknemers. Werkgevers zijn dan 12% eindheffing verschuldigd over de cataloguswaarde van de auto. De aangekondigde aanpassingen zijn gericht op het oplossen van knelpunten en zullen naar verwachting worden uitgewerkt in het Belastingplan 2027.

 

Praktische vrijstellingen voor de ondernemer

Het kabinet introduceert ten eerste een vrijstelling voor vervangend vervoer. Bij tijdelijke vervanging van een vaste auto vanwege schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel is de vervangende auto maximaal 14 kalenderdagen uitgesloten van de pseudo-eindheffing, wat voorkomt dat werkgevers dubbel worden belast. Daarnaast komt er een vrijstelling voor lesauto’s, ingegeven door huidige Europese regelgeving, waardoor het behalen van een rijbewijs B in een elektrische auto nog niet in alle gevallen als volwaardig wordt beschouwd.

Ook wordt de overgangstermijn voor auto’s die vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld verlengd van 17 september 2030 tot 1 januari 2031, omdat dit beter aansluit bij de administratieve cycli van bedrijven. Tot slot wordt tot 1 januari 2031 een beperkte vrijstelling geïntroduceerd voor het incidenteel ter beschikking stellen van een auto, zoals een deelauto, waarbij per auto een vrijstelling geldt voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen per kalenderjaar.

 

Verduidelijking en vooruitblik

De staatssecretaris verduidelijkt de regeling in drie situaties en geeft aan dat er geen uitzondering komt voor werknemers die vóór 1 januari 2031 van werkgever wisselen. De werkgever behoudt wel het overgangsrecht voor een specifieke auto als deze gedurende de overgangstermijn aan een andere werknemer wordt ter beschikking gesteld. Het kabinet onderzoekt daarnaast de invoering van een ‘greentimerregeling’, een bijtellingskorting voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud, waarbij besluitvorming volgt in augustus 2027. Ook kondigt de staatssecretaris een verkenning aan naar een andere grondslag voor de motorrijtuigenbelasting en de mogelijke vormgeving van de BPM als tenaamstellingsbelasting.

 

Samen met Bureau Aard uw zaken op orde

De komst van de pseudo-eindheffing vraagt om een zorgvuldige inrichting van uw wagenparkbeleid. Dat vraagt om een slimme en heldere aanpak. De specialisten van Bureau Aard kijken graag met u mee om de financiële impact voor uw onderneming scherp in kaart te brengen.

Wij helpen u de juiste fiscale koers te varen, zodat u zorgeloos kunt blijven ondernemen. Kortom: orde op zaken, zaken op orde.

Benieuwd wat deze wijzigingen voor uw wagenpark betekenen? Neem vandaag nog contact op met Bureau Aard voor een vrijblijvend adviesgesprek!

WK 2026: De fiscale spelregels voor uw kantoorpoule

De spanning stijgt, het WK Voetbal 2026 staat voor de deur. Dat betekent: oranje koorts en fanatieke voetbalpoules bij het koffiezetapparaat. Leuk, maar als ondernemer krijgt u ongetwijfeld vragen. Hoe zit het met de belastingdienst en die voetbalpoule? Wij trekken de fiscale buitenspellijn voor u.

Fiscale spelregels voor de kantoorpoule

Een voetbalpoule is een kansspel en valt hiermee onder de Wet op de Kansspelbelasting. Echter, hoeft u zich zelden zorgen te maken, mits u binnen het speelveld blijft. De fiscus hanteert namelijk een coulant beleid voor besloten groepen, zoals vrienden of collega’s. Daarnaast is er een belangrijke vrijstellingsgrens: als het totale prijzengeld onder de € 449. Kortom, de praktijkregels:

 

  • Poule met collega’s, prijs € 200: Vrijgesteld (blijft onder de € 449-grens).
  • Poule met collega’s, prijs € 600: Vrijgesteld (vanwege de besloten kring).
  • Poule onder regie van de werkgever, prijs € 600: Hier wordt het risicovol. De fiscus kan dit kwalificeren als loon in natura. De werkgever moet dan 37,8% afdragen of de prijs onderbrengen in de WKR.

 

Ons advies: Laat de organisatie over aan een medewerker in privétijd. Zodra de werkgever (of de directie) de regie voert, vervalt de informele status en ontstaat er een fiscaal verband met de dienstbetrekking.

Goed om te weten: Eerdere staatssecretarissen hebben meermaals bevestigd dat de Belastingdienst geen jacht maakt op de onderlinge voetbalpoule bij de koffieautomaat. Zolang u het kleinschalig en informeel houdt, is er geen reden tot zorg.

Wie kroont zich tot wereldkampioen?

Met een objectieve blik op de data analyseren we de kansen voor 2026. Emotie laten we voor dit keer even buiten de deur:

 

  • De marktwaarde: Frankrijk is dit toernooi de absolute koploper met een selectiewaarde van circa € 1,53 miljard. Zij beschikken daarmee over de meest waardevolle selectie van de 48 deelnemende landen.
  • De bookmakers: Frankrijk en Spanje voeren de ranglijst van favorieten aan.
  • Oranje: Op basis van de huidige data is een plek in de kwartfinale het meest realistische scenario voor Nederland.
  • De ‘X-factoren’: Het toernooi in de VS, Canada en Mexico is een logistieke uitdaging. Grote reisafstanden, wisselende klimaten en aanzienlijke tijdsverschillen maken het een toernooi van uithoudingsvermogen.

Fiscale heffing bij profvoetballers: Internationaal schaakspel

Terwijl wij een pooltje invullen, spelen de spelers op het veld een complex fiscaal schaakspel. Met drie gastlanden en hun specifieke bronheffingen (VS: 30%, Canada/Mexico: 25%) is de heffing per speler afhankelijk van zijn woonland en de van toepassing zijnde belastingverdragen.

 

Cruciaal hierbij is artikel 17 van het OESO-modelverdrag. Waar normaal gesproken het woonland belasting heft over arbeidsinkomen, geeft dit artikel het land waar de wedstrijd plaatsvindt (het ‘bronland’) heffingsrechten. De afwikkeling, vaak gebaseerd op ‘duty days’, is administratief complex en wordt doorgaans door de KNVB in overleg met internationale belastingautoriteiten (zoals de Amerikaanse IRS) gecoördineerd. Let op: spelers uit landen zonder belastingverdrag met de gastlanden – zoals Algerije, Saudi-Arabië of Qatar,  krijgen met een heel andere fiscale realiteit te maken.

 

Orde op zaken met Bureau Aard

Of het nu gaat om de fiscale kaders van een personeelspoule of de complexere vraagstukken rondom internationaal ondernemen: helderheid is het halve werk. Bij Bureau Aard helpen we ondernemers om de juiste fiscale koers te varen, zodat u zorgeloos kunt ondernemen.

Wilt u sparren over de fiscale inrichting van uw bedrijf of bent u benieuwd naar de laatste wijzigingen in de wetgeving voor uw sector? Neem contact op met Bureau Aard voor een vrijblijvend gesprek. Wij zorgen dat uw zaken op orde zijn.

 

Orde op zaken, zaken op orde.

 

Rechtbank oordeelt: verhuur padel- en squashbaan vrijgesteld van btw

De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de verhuur van squash- en padelbanen aan particuliere sporters kwalificeert als de vrijgestelde verhuur van onroerende zaken. Exploitanten hoeven deze verhuur daarom niet te belasten met 9% btw voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening.

De Belastingdienst nam voorheen het standpunt in dat over deze diensten het verlaagde btw-tarief verschuldigd was. Deze recente uitspraak van de rechtbank brengt nu verandering in de fiscale kwalificatie van de baanverhuur.

 

Objectieve aard van de prestatie doorslaggevend

In de voorgelegde casus reserveert de sporter via een online systeem een specifieke baan op een vaste datum en tijd. Dit gebeurt tegen een tarief per tijdseenheid of op basis van een abonnement.

De rechtbank stelt voorop dat de objectieve aard van de prestatie de btw-behandeling bepaalt. Door de reservering verkrijgt de sporter het exclusieve gebruiksrecht van de betreffende baan. Omdat de exploitant andere sporters gedurende deze periode uitsluit van het gebruik, voldoet de dienst aan de kenmerkende elementen van de vrijgestelde verhuur van onroerend goed.

 

Aanvullende faciliteiten wijzigen karakter verhuur niet

De Belastingdienst bepleitte de toepassing van het 9%-tarief, omdat de ondernemer ook nevenfaciliteiten aanbiedt zoals kleedkamers, douches, toiletten en horeca. De rechtbank wijst deze argumentatie af en oordeelt dat deze voorzieningen het passieve karakter van de verhuur niet beïnvloeden.

De exploitant stelt de banen louter passief ter beschikking. Er is geen personeel in de sporthal aanwezig en het horecapersoneel houdt geen toezicht op de banen; zij openen en sluiten het pand en bedienen de verlichting vanaf de bar. Sporters melden zich enkel bij de bar in uitzonderlijke situaties, zoals bij defecte verlichting. Aangezien ook het onderhoud aan de banen beperkt is, levert de ondernemer geen actief complex van sportdiensten. De rechtbank verklaart het beroep van de exploitant dan ook gegrond.

 

Praktische gevolgen voor exploitanten

Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor de bedrijfsvoering van squash- en padelcentra. Ondernemers die banen zonder actief toezicht of aanvullende sportbegeleiding verhuren, moeten hun btw-positie kritisch analyseren.

 

Conclusie

De uitspraak van de Rechtbank Den Haag verduidelijkt dat de verhuur middels een online reserveringssysteem van sportbanen onder de btw-vrijstelling valt. De aanwezigheid van basisvoorzieningen en horeca verandert dit oordeel niet, mits er sprake is van een passieve terbeschikkingstelling. Exploitanten dienen de administratieve en financiële gevolgen voor hun eigen praktijk nu in kaart te brengen.

 

Samen met Bureau Aard uw zaken op orde

De stap naar een btw-vrijstelling brengt direct nieuwe kansen én aandachtspunten met zich mee voor uw onderneming. Dat vraagt om een slimme en heldere aanpak. De specialisten van Bureau Aard kijken graag met u mee om uw huidige exploitatie te optimaliseren en de financiële impact scherp voor u in kaart te brengen.

Wij helpen u de juiste fiscale koers te varen, zodat u zorgeloos kunt blijven ondernemen. Kortom: orde op zaken, zaken op orde.

 

Benieuwd wat deze uitspraak voor uw sportcentrum betekent? Neem vandaag nog contact op met Bureau Aard voor een vrijblijvend adviesgesprek!

Bureau Aard begeleidt Installatiebedrijf Snoeks bij overname door Hoppenbrouwers Techniek

Bureau Aard heeft Installatiebedrijf Snoeks uit Valkenswaard succesvol begeleid bij de overname door Hoppenbrouwers Techniek. Met deze strategische transactie zet het familiebedrijf een nieuwe stap in haar lange historie.
 
Installatiebedrijf Snoeks is al bijna zeventig decennia een actieve speler binnen de installatietechniek. Nu opvolging binnen de familie ontbrak, markeert de overgang naar Hoppenbrouwers Techniek een strategisch moment voor de onderneming. Per 1 mei 2026 is Installatiebedrijf Snoeks officieel onderdeel van Hoppenbrouwers.
 
Met de integratie van Installatiebedrijf Snoeks breidt Hoppenbrouwers Techniek haar capaciteit in de regio Eindhoven verder uit. Hiermee speelt de organisatie direct in op de actuele vraagstukken binnen de woningbouw in deze regio.
 
In de rol van adviseur van Installatiebedrijf Snoeks heeft Bureau Aard de integrale begeleiding van deze overname verzorgd. Gedurende het gehele traject stond de realisatie van deze overdracht centraal. Bureau Aard heeft hierbij nauw samengewerkt met alle betrokken partijen om te komen tot een zorgvuldige afronding van de transactie, waarbij de zakelijke belangen en de continuïteit van de onderneming de leidraad vormden.
 
Wij feliciteren Installatiebedrijf Snoeks en Hoppenbrouwers Techniek met dit bereikte resultaat en het vertrouwen in de gezamenlijke toekomst. Tevens danken wij de overige betrokken adviseurs voor de prettige en constructieve samenwerking die heeft bijgedragen aan het succesvolle verloop van dit traject.
 
Wat kan Bureau Aard voor u betekenen?
Overweegt u met uw onderneming een transactie, bedrijfsopvolging of overname? Bureau Aard begeleidt ondernemers gedurende het volledige traject met advies op het gebied van recht, fiscaliteit en strategie. Dankzij onze betrokken aanpak zorgen wij voor een zorgvuldig proces, met oog voor uw belangen en de toekomstbestendigheid van uw onderneming. Neem gerust contact met ons op voor een kennismaking.

Staatssecretaris schept duidelijkheid over massaal bezwaar belastingrente

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026. In dat arrest verklaarde de Hoge Raad het verhoogde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting onverbindend.

In een eerder blog bespraken wij deze uitspraak al uitgebreid onder de titel “Hoge Raad zet streep door verhoging belastingrente vennootschapsbelasting”. De recente Kamerbrief geeft nu duidelijkheid over de praktische uitvoering van dat arrest binnen de massaal bezwaar procedure.

Verhoogd percentage Vpb definitief van tafel

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde rentepercentage voor de vennootschapsbelasting niet mag worden toegepast. Daarmee vervalt de specifieke minimumrente die sinds 1 januari 2022 gold voor Vpb-plichtigen.

Voor alle gevallen waarin belastingrente moet worden berekend, geldt voor de vennootschapsbelasting het reguliere (algemene) rentepercentage. De staatssecretaris bevestigt dit expliciet in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Wat betekent dit voor de massaal bezwaar procedure?

De uitspraak werkt door in de lopende massaal bezwaar procedure over belastingrente. De Belastingdienst zal de bezwaren die onder deze procedure vallen collectief afdoen.

Voor de vennootschapsbelasting betekent dit:

  • Bezwaren tegen het verhoogde rentepercentage worden toegewezen;
  • De belastingrente wordt herrekend naar het reguliere percentage;
  • De inspecteur past de betrokken aanslagen ambtshalve aan.

Voor andere belastingmiddelen blijft het algemene rentepercentage ongewijzigd van toepassing.

 

Praktische gevolgen voor Vpb-plichtigen

Ondernemingen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingrente in de vennootschapsbelasting kunnen een aanpassing van de in rekening gebrachte rente verwachten. Dat kan leiden tot een teruggaaf.

Het is raadzaam om:

  • Te controleren of uw aanslagen onder de massaal bezwaar procedure vallen;
  • De komende maanden de aangepaste rentebeschikkingen te monitoren;
  • Bij nieuwe aanslagen het gehanteerde rentepercentage expliciet te toetsen.

Conclusie

Met de brief aan de Tweede Kamer geeft de staatssecretaris uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad. Het verhoogde rentepercentage voor de vennootschapsbelasting is definitief van tafel. Voor de Vpb geldt voortaan weer het reguliere rentepercentage.

De discussie over de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting is daarmee afgerond; de administratieve verwerking volgt nu.

 

Nieuwe btw-herzieningsregeling voor vastgoed vanaf 1 januari 2026

Per 1 januari 2026 treedt een belangrijke wijziging in de btw-wetgeving in werking. De overheid introduceert een herzieningsregeling voor diensten aan onroerende zaken. Deze regeling is van belang voor ondernemers die investeren in onderhoud, renovatie of verbouwing van vastgoed en de btw op deze diensten willen aftrekken. De maatregel zorgt ervoor dat eerder afgetrokken btw wordt aangepast wanneer het gebruik van het vastgoed verandert, zodat fiscale correcties in de toekomst adequater kunnen worden toegepast.

 

Waarom een herzieningsregeling voor diensten?

Tot op heden bestaat de btw-herziening vooral voor investeringsgoederen, zoals de aankoop of ontwikkeling van vastgoed of roerende zaken waarop kan worden afgeschreven. Diensten, zoals verbouwing of onderhoud, vallen niet onder deze regeling. Dit creëerde situaties waarin ondernemers ingrijpende verbouwingen of onderhoud uitvoerden en de btw volledig aftrokken, terwijl het pand later btw-vrijgesteld werd gebruikt.

Een belangrijk voorbeeld betreft de zogenaamde short-stay-structuren. Hierbij verbouwt een ondernemer een pand tot woningen met de intentie om deze later btw-vrijgesteld te verhuren. Om de btw terug te kunnen vragen, verhuurt hij de woningen eerst kortstondig btw-belast. Zodra de woningen op korte termijn btw-vrijgesteld worden verhuurd, vindt er geen herziening plaats en blijft de eerder teruggevraagde btw volledig aftrekbaar. De wetgever beschouwt dit als een ongewenste constructie en heeft de nieuwe herzieningsregeling mede ingevoerd om dergelijke situaties te voorkomen.

 

Wat zijn investeringsdiensten?

Vanaf 2026 geldt de herzieningsregeling voor zogenaamde investeringsdiensten aan onroerende zaken. Dit zijn diensten met een duurzaam karakter die een meerjarig nut opleveren. Onder investeringsdiensten vallen werkzaamheden zoals vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen van een onroerende zaak, onderhoud en ingrijpende verbouwingen inclusief sloopwerkzaamheden.

Voorbeelden zijn het schilderen van kozijnen en deuren, grond- of asbestsanering, het plaatsen van keukens of badkamers, isolatiewerkzaamheden, renovatie van gevels of daken en het installeren van installaties of machines die onderdeel uitmaken van het pand. Om te voorkomen dat kleine, incidentele werkzaamheden onder de regeling vallen, geldt een drempel van € 30.000 exclusief btw per dienst. Kunstmatig opknippen van werkzaamheden wordt door de wetgever bestreden.

 

Hoe werkt de herziening in de praktijk?

Diensten die onder de regeling vallen, worden gedurende vijf jaar gevolgd: het jaar van ingebruikname plus vier daaropvolgende boekjaren. Gedurende deze periode moeten ondernemers bijhouden of het gebruik van het vastgoed verandert. Wordt een pand bijvoorbeeld eerst btw-belast verhuurd en later btw-vrijgesteld, dan moet de eerder afgetrokken btw pro rata worden gecorrigeerd. In sommige gevallen kan dit betekenen dat btw moet worden terugbetaald; in andere gevallen kan een ondernemer juist extra btw terugvorderen wanneer een dienst later wordt gebruikt voor btw-belaste prestaties.

Een concreet voorbeeld illustreert dit effect. Stel dat een ondernemer een kantoorgebouw verbouwt tot appartementen en de verbouwingskosten € 5.000.000 exclusief btw bedragen. In het jaar van ingebruikneming worden de appartementen btw-belast verhuurd, waardoor de volledige btw van € 1.050.000 in aftrek wordt gebracht. In het tweede boekjaar besluit de ondernemer de verhuur btw-vrijgesteld voort te zetten. De herzieningsregeling verplicht nu een correctie van vier vijfde van de btw, in dit voorbeeld € 840.000. Onder de oude wetgeving zou geen herziening plaatsvinden.

 

Herzieningstermijn en ingangsdatum

De herzieningstermijn voor diensten bedraagt vijf jaar per investeringsdienst en start op het moment dat de dienst in gebruik wordt genomen. Hierdoor is er een specifiek en objectief bepaalbaar aanvangsmoment. De keuze voor een termijn van vijf jaar is bedoeld om de administratieve en uitvoeringslasten binnen redelijke grenzen te houden.

De regeling treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op investeringsdiensten die op of na deze datum in gebruik worden genomen. Dit geeft ondernemers nog tijd om hun projecten en administratieve processen goed voor te bereiden.

 

Gevolgen voor de praktijk

De invoering van deze herzieningsregeling kan grote gevolgen hebben voor ondernemers die vastgoed exploiteren. Enerzijds kan de regeling leiden tot terugbetalingen van eerder afgetrokken btw wanneer het gebruik van een pand wijzigt. Anderzijds biedt de regeling mogelijkheden om extra btw terug te vorderen wanneer een dienst later voor btw-belaste prestaties wordt gebruikt.

Omdat de regeling brede en soms open normen kent, zal er in de praktijk discussie ontstaan over de kwalificatie van bepaalde diensten als investeringsdiensten en over de verdeling van werkzaamheden over afzonderlijke diensten. Ondernemers doen er goed aan tijdig hun projecten te beoordelen en de administratie zorgvuldig in te richten. Zo kunnen zij hun fiscale positie vanaf 1 januari 2026 onder controle houden en onaangename verrassingen voorkomen.

 

Advies voor ondernemers

Het is raadzaam om nu al inzicht te krijgen in geplande onderhouds- en renovatieprojecten en deze goed te registreren. Bespreek met uw adviseur welke diensten onder de herzieningsregeling vallen en welke gevolgen dit heeft voor uw administratie en btw-aftrek. Een tijdige voorbereiding biedt duidelijkheid, voorkomt onverwachte correcties en helpt optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die de wet biedt.

Orde op zaken, zaken op orde. Heeft u vragen over deze nieuwe regeling of wilt u weten wat dit betekent voor uw vastgoedportefeuille? Neem dan contact op met een van onze adviseur voor een persoonlijke analyse en praktische ondersteuning.

Loon directeur grootaandeelhouder

Let op: nep-betalingsherinneringen van de Belastingdienst in omloop

Het komt steeds vaker voor dat criminelen zich voordoen als medewerkers van de Belastingdienst. Dit wordt ook wel phishing genoemd. Op steeds slimmere manieren proberen zij je geld afhandig te maken. Wees alert op deze nepberichten. Wij leggen je uit welke methoden criminelen vaak gebruiken, om je betalingen te laten doen, uit naam van de Belastingdienst.

Sms- en e-mailberichten met betaalverzoeken

Een veelvoorkomende vorm van phishing betreft sms- en e-mailberichten waarin wordt gesteld dat sprake is van een openstaande belastingschuld. In deze berichten wordt vaak verwezen naar een laatste betalingsherinnering met een korte of zelfs onmiddellijke uiterste betaaldatum. Regelmatig is een link opgenomen waarmee u zogenaamd direct kunt betalen.

Waar dergelijke berichten in het verleden nog herkenbaar waren aan spelfouten of een slordige opmaak, zijn zij tegenwoordig professioneel opgesteld en daardoor lastig te onderscheiden van echte correspondentie.

Hoe communiceert de Belastingdienst wel?

Het is belangrijk om te weten dat de Belastingdienst:

  • geen sms- of e-mailberichten verstuurt waarin wordt verwezen naar een openstaande belastingschuld;
  • geen betaalverzoeken doet via iDEAL-links, betaalknoppen of QR-codes;
  • invorderingsmaatregelen niet per e-mail of telefoon aankondigt;
  • uitsluitend communiceert via officiële aanslagen per post (de bekende blauwe envelop) of via de beveiligde omgeving van Mijn Belastingdienst.

Ontvangt u een bericht dat hiervan afwijkt, dan is dat een belangrijk waarschuwingssignaal.

Andere vormen van fraude

Naast nep-betalingsherinneringen komen ook andere vormen van fraude voor, zoals:

  • Neptelefoontjes van de Belastingdienst:

Criminelen bellen u en doen zich voor als medewerkers van de Belastingdienst. Ze zeggen dat u een openstaande belastingschuld heeft en eisen directe betaling, vaak onder dreiging van beslag op uw bankrekening. Deze oproepen zijn bewust bedoeld om u onder druk te zetten en u snel te laten betalen. De Belastingdienst belt nooit op deze manier; officiële communicatie verloopt altijd via een schriftelijke aanslag in de bekende blauwe envelop of via de beveiligde omgeving van Mijn Belastingdienst.

  • Cryptovaluta:

Sinds begin 2026 circuleren er valse e-mails waarin ontvangers wordt verzocht informatie te verstrekken aan de Belastingdienst over het bezit van bitcoins en andere cryptovaluta. In deze phishingberichten wordt gevraagd om via DigiD in te loggen om deze gegevens aan te leveren. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze e-mails niet authentiek zijn. Ga niet in op dit verzoek en klik niet op de link in het bericht.

Wat kunt u doen?

Wij adviseren u om:

  • nooit te betalen naar aanleiding van onverwachte berichten;
  • geen links aan te klikken en geen bijlagen te openen;
  • geen persoonlijke of financiële gegevens te verstrekken;
  • bij twijfel altijd eerst contact op te nemen met uw adviseur.

Samen kunnen wij beoordelen of een bericht legitiem is en welke vervolgstappen, indien nodig, passend zijn.

Meer informatie

Op de website van de Fraudehelpdesk vindt u actuele voorbeelden van phishing, nepmails, sms-berichten en andere vormen van digitale fraude. Bent u onverhoopt slachtoffer geworden, dan kunt u daar ook een melding doen.

Daarnaast kunt u bij online betalingen gebruikmaken van een IBAN-naamcheck, waarmee u kunt controleren of de naam van de ontvanger overeenkomt met het rekeningnummer.

Wees alert

Criminelen spelen in op tijdsdruk en onzekerheid. Twijfel betekent: niet betalen en eerst overleggen. Bij vragen of onzekerheid kunt u uiteraard contact opnemen met een van onze adviseurs. Wij denken graag met u mee.