Bureau Aard investeert in startup Ecowize

Een goed idee, een kans, een talent: wij helpen graag of doen graag mee. Zo ook bij een tweetal jonge ondernemers die zich er in hebben gespecialiseerd online verkopen te bevorderen, voornamelijke online verkopen via platformen: de winkelstraten van de toekomst. Samen met ons hebben zij een identiteit ontwikkeld die specifiek wordt ingezet voor het doen vervaardigen en verkopen via online platformen van goederen ter vervanging van bestaande meer milieubelastende producten: Ecowize.
 
Bureau Aard staat de jonge ondernemers met raad en daad bij en verstrekt het kapitaal dat nodig is voor de uitvoering van de plannen. De eerste producten zullen aan het begin van 2020 worden aangeboden op online platformen voor de markt in Amerika, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Nederland.
 
Angeliek Flintrop: “Het is mooi samen te kunnen werken met jonge en gedreven ondernemers, die hun talent bovendien gebruiken met oog voor het milieu.”
 

Sloop pand markt Valkenswaard in volle gang

Inmiddels is een groot deel van de achterzijde van het gebouw neergehaald.

Het gebouw gaat plaatsmaken voor een hoogwaardig appartementencomplex, bestaande uit zowel woningen als bedrijfsruimten. De sloop wordt verwacht in de komende weken te worden voltooid, waarna de bouw van het nieuwe appartementencomplex begint. Klik hier voor meer informatie over het nieuwbouwproject.

 

Transitievergoeding verandert: wat zijn de gevolgen?

Tot 1 januari 2020 geldt dat een werkgever aan de werknemer een transitievergoeding moet betalen als de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever beëindigd of niet voortgezet wordt. In de praktijk zag men dat werkgevers een dienstverband maximaal 23 maanden lieten duren zodat geen transitievergoeding verschuldigd werd. Aan die praktijk komt met inwerkingtreding van de nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) per 1 januari 2020 een einde.
 
Eerdergenoemde termijn van 24 maanden komt per 1 januari 2020 namelijk te vervallen. Vanaf die datum geldt dat een transitievergoeding verschuldigd is vanaf de allereerste dag van het dienstverband als dit dienstverband op initiatief van de werkgever eindigt of niet wordt voortgezet. De transitievergoeding wordt dus ook verschuldigd als de werkgever tijdens de proeftijd besluit afscheid te nemen. Dat geldt eveneens bij een deeltijdontslag, mits sprake is van een substantiële (minimaal 20%) en structurele vermindering van de arbeidsduur. Ook dan krijgt de werknemer aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding.
 
Ook als sprake is geweest van een uitzendovereenkomst of de werknemer instemt met de opzegging en voldaan is aan de voorwaarden, geldt de aanspraak op de transitievergoeding. De transitievergoeding is niet verschuldigd als de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden middels een vaststellingsovereenkomst wordt beëindigd of als de beëindiging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.
 
De transitievergoeding gaat ook anders worden berekend. Met ingang van 1 januari 2020 geldt dat voor ieder dienstjaar 1/3 maandsalaris wordt opgebouwd. Dit geldt zowel voor dienstverbanden langer dan 10 jaar en voor werknemers boven de 50. De werknemer heeft dus weliswaar vanaf een eerder moment aanspraak op de transitievergoeding, maar voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst met een (oudere) werknemer die langer dan tien jaar in dienst is geweest, zal de te betalen transitievergoeding per 1 januari 2020 substantieel lager uitvallen.
 
Meer weten over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op!

Gelden op de kwaliteitsrekening

De (vooruit)betaling van gelden vindt in ons economisch verkeer regelmatig plaats via een zogenaamde kwaliteitsrekening. Maar de betaling op een kwaliteitsrekening betekent niet dat de gelden het vermogen verlaten. Iets om rekening mee te houden bij het doen van de belastingaangifte.

 

De notaris
De notaris maakt gebruik van een derdengeldenrekening (ook wel derdenrekening of kwaliteitsrekening genoemd). Zo’n rekening gebruikt de notaris voor door derden aan hem toevertrouwde gelden. Deze gelden zijn afgescheiden van het eigen (kantoor)vermogen van de notaris. Ook de gerechtsdeurwaarder maakt voor zijn beroepsuitoefening van zo’n derdengeldenrekening gebruik.

 

De advocaat
De wettelijke regeling voor notarissen en gerechtsdeurwaarders (artikel 25 Wet op het notarisambt (Wna) respectievelijk artikel 19 Gerechtsdeurwaarderswet) bestaat voor advocaten niet. Voor de advocaat werkt het anders. De advocaat maakt voor de aan hem door derden toevertrouwde gelden in het kader van zijn beroepsuitoefening gebruik van een Stichting beheer derdengelden: de derdengeldenrekening is in beheer van de stichting. In het arrest van 13 juni 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AF3413) oordeelde de Hoge Raad reeds dat overeenkomstige toepassing van artikel 25 Wna mogelijk is op rekeningen die door advocaten worden aangehouden met het oog op het ontvangen van voor derden bestemde gelden.

 

Afgescheiden vermogen
Het feit dat de gelden zijn afgescheiden van het vermogen van (bijvoorbeeld) de notaris, brengt met zich mee dat de gelden buiten een eventueel faillissement van (bijvoorbeeld) de notaris blijven.

 

Geen verjaring
De Hoge Raad oordeelde (HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1139) dat de Stichting beheer derdengelden zich tegenover een rechthebbende niet kan beroepen op verjaring van een vordering tot uitbetaling (van diens aandeel). Een rechthebbende heeft te allen tijde recht op uitkering van zijn aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening.

 

Gelden op de kwaliteitsrekening blijven behoren tot het eigen vermogen
Het storten van geld op een kwaliteitsrekening betekent niet dat het bedrag het vermogen van de storter verlaat. Ook al strekken de gelden tot zekerheid of tot voldoening van een (aanstaande) verplichting, zolang de tegenprestatie waarvoor de gelden zijn bestemd niet is verricht blijven de gelden behoren tot het vermogen van de storter. Eerst nadat de tegenprestatie waarvoor de gelden zijn bestemd is verricht, verlaten de gelden het vermogen van de storter.

 

Een belanghebbende richtte op 31 december een besloten vennootschap op. Op die datum stortte hij € 1,5 miljoen aan agio op de kwaliteitsrekening van de notaris. Enkele weken later wordt het geld gebruikt voor de aanschaf van grond en andere activa. De Hoge Raad oordeelde op 12 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1177) dat het bedrag het vermogen van de belanghebbende op 31 december niet heeft verlaten. Het bedrag leidt tot belastingheffing in box 3.