Hoge Raad: Belastingrente van 4% voor IB en andere belastingen is niet onevenredig

In navolging van het eerdere arrest over de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb), heeft de Hoge Raad op 10 april 2026 opnieuw een belangrijke uitspraak gedaan over de belastingrente. Hoewel het basistarief van 4% voor de inkomstenbelasting en overige belastingen rechtmatig blijft, trekt de Hoge Raad een harde streep bij de uitvoering: de Belastingdienst mag niet vooruitlopen op toekomstige renteverhogingen.

 

Zoals u kunt lezen in ons artikel “Staatssecretaris schept duidelijkheid over massaal bezwaar belastingrente”, is het verhoogde percentage voor de vennootschapsbelasting definitief van tafel. Deze nieuwe uitspraak verduidelijkt de regels voor de overige belastingmiddelen en bevestigt het belang van het legaliteitsbeginsel.

 

Minimumrente van 4% houdt stand

In deze zaak betoogde de belastingplichtige dat een rentepercentage van 4% (het minimum voor onder andere de inkomstenbelasting en Zvw) een ontoelaatbare inbreuk maakt op het eigendomsrecht en in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

 

De Hoge Raad verwierp dit standpunt. Onder verwijzing naar het arrest van 16 januari 2026 stelt de Raad dat een percentage van 4% binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt. De wetgever mag de 4%-grens voor de overige belastingen dus blijven gebruiken. Dit verschilt van de Vpb, waar het tarief zonder deugdelijke motivering naar 8% of hoger schoot.

 

Geen vooruitloop op renteverhoging

De tweede grond van de belanghebbende was wel succesvol en raakt de kern van de fiscale rechtszekerheid. In deze casus legde de inspecteur op 26 september 2020 een beschikking op. In deze beschikking rekende hij voor de periode vanaf 1 oktober 2020 alvast met een rentepercentage van 4%. Echter, op het moment van de beschikking (26 september) gold wettelijk nog het verlaagde tarief van 0,01%.

 

De Hoge Raad oordeelde dat de inspecteur hiermee het legaliteitsbeginsel schond. Dit beginsel dwingt de volgende regels af:

  • U mag belastingrente alleen berekenen op basis van de regelgeving die op het moment van de beschikking officieel in werking is getreden.
  • De inspecteur mag op de dagtekening niet vooruitlopen op een toekomstig tarief, ook niet als de overheid dat tarief al heeft aangekondigd of gepubliceerd.
  • Voor de periode in deze zaak moest de Belastingdienst daarom het destijds geldende lage tarief van 0,01% toepassen in plaats van 4%.

 

Praktische gevolgen voor belastingplichtigen

Deze uitspraak is vooral van belang voor beschikkingen die de Belastingdienst oplegt rondom tariefswijzigingen. Het arrest bevestigt dat de datum van de beschikking (de dagtekening) bepaalt welk percentage de inspecteur mag toepassen.

 

Wij adviseren u het volgende:

  • Controleer bij oudere aanslagen rondom tariefwijzigingen of de Belastingdienst de juiste percentages hanteerde op basis van de dagtekening.
  • Wees alert op beschikkingen waarin de Belastingdienst anticipeert op nieuwe wetgeving die formeel nog niet van kracht is.
  • Houd er rekening mee dat de 4%-grens voor de inkomstenbelasting en Zvw hiermee juridisch definitief vaststaat.

 

Conclusie

De Hoge Raad schept met dit arrest de nodige balans. Terwijl de hoogte van de rente voor de inkomstenbelasting (4%) als evenredig wordt beschouwd, wordt de inspecteur strikt gehouden aan de wet op het moment van handelen. Geen belasting of rente zonder een actuele wettelijke basis, ongeacht wat er in de toekomst gepland staat.

 

Orde op zaken, zaken op orde. Heeft u vragen over de rechtmatigheid van een aan u opgelegde rentebeschikking of wilt u weten of u recht heeft op een correctie op basis van dit arrest? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Geld verdienen met thuis laden

Vanaf 1 januari 2026 is het officieel: elektrische rijders die thuis opladen kunnen een vergoeding ontvangen per geladen kilowattuur. Via de introductie van Emissiereductie-eenheden (ERE) wordt de duurzame rijder direct beloond door de vervuiler. Hoewel de regeling nieuw is, biedt de recente goedkeuring door de Eerste Kamer de nodige zekerheid voor de praktijk.
 
In dit artikel leggen wij uit hoe dit systeem werkt, aan welke technische eisen uw laadpunt moet voldoen en wat de financiële vooruitzichten zijn voor 2026.

Wat zijn ERE-certificaten?

Dit zijn certificaten die aantonen hoeveel CO2 is bespaard door het gebruik van duurzame energie in het vervoer. Het systeem wordt aangestuurd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Het mechanisme werkt via de ‘vervuiler betaalt’-systematiek: oliemaatschappijen die fossiele brandstoffen op de markt brengen, zijn verplicht ERE-certificaten af te dragen. Het geld dat zij hiervoor betalen, vloeit rechtstreeks naar de bezitters van een (thuis)laadpunt. Hiermee fungeert het ERE-systeem als de opvolger van de oude HBE-systematiek.

Welke laadpaal is geschikt?

Niet elk laadpunt komt automatisch in aanmerking voor deze vergoeding. De NEa stelt strikte eisen aan de betrouwbaarheid van de metingen om fraude te voorkomen.

De belangrijkste voorwaarden zijn:
 

  • Geïntegreerde MID-meter: Uw laadpaal moet voorzien zijn van een ingebouwde, gecertificeerde MID-meter. Dit is een geijkte energiemeter die officieel is goedgekeurd voor facturatie.
  • Geen externe meters: Een losse MID-meter in de meterkast volstaat niet. De meter moet fysiek in het laadpunt zelf zitten.
  • Rapportageplicht: U dient jaarlijks (vaak geautomatiseerd) een rapportage van het aantal geladen kWh’s aan te leveren bij uw dienstverlener.

 
Modellen zoals de Zaptec Go 2 beschikken reeds over de juiste specificaties. Voor VvE-locaties gelden dezelfde technische eisen aan het laadpunt.
 
Financiële opbrengst in 2026

De waarde van een ERE-certificaat wordt bepaald door marktwerking. Voor 2026 wordt de vergoeding geschat op circa 10 cent per geladen kWh.
&nbsp
Voor een gemiddelde rijder die 40 kWh per week thuis laadt (ca. 2.000 kWh per jaar), betekent dit een jaarlijkse opbrengst van ongeveer € 200,-. De vergoeding wordt uitgekeerd aan de contracthouder van de elektriciteitsaansluiting. De EAN-registratie in het Centraal Aansluitingenregister (CAR) is hierbij leidend.

Praktische uitvoering en aanmelding

Hoewel de regeling definitief is goedgekeurd op 31 maart 2026, verloopt de feitelijke uitvoering via zogenaamde inboekdienstverleners. Deze partijen verzorgen de administratie, de registratie bij de NEa en de uiteindelijke uitbetaling.
 
Het is raadzaam om bij uw keuze voor een dienstverlener te letten op:

  1. De commissie (fee): Deze varieert in de markt tussen de 15% en 27,5%.
  2. Contractduur: Veel partijen werken met een looptijd van 1, 3 of 5 jaar.
  3. Frequentie van uitbetaling: Dit kan variëren van per kwartaal tot jaarlijks in maart.

 
U machtigt een dienstverlener enkel voor ‘leesrechten’ op uw verbruikscijfers; zij hebben geen toegang tot de technische instellingen van uw laadpaal.

Conclusie

De komst van de ERE-certificaten maakt elektrisch rijden financieel aantrekkelijker. Nu de Eerste Kamer de regeling heeft bekrachtigd, kunnen thuisladers met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 aanspraak maken op de vergoeding.

Het is van belang dat u uiterlijk vóór mei 2026 de registratie bij een inboekdienstverlener voltooit om de opbrengst over het volledige kalenderjaar veilig te stellen. Controleer daarom op korte termijn of uw huidige laadpaal beschikt over de vereiste MID-meter.

Scapino vestigt zich in winkelcentrum De Kerverij

Met trots verwelkomen wij Scapino in winkelcentrum De Kerverij in het centrum van Valkenswaard. De landelijke schoenen- en kledingketen opende een nieuwe vestiging van ruim 900 m², gelegen tussen Action en Kruidvat. Daarmee krijgt het winkelcentrum er opnieuw een sterke landelijke retailer bij en wordt het winkelaanbod voor inwoners en bezoekers verder versterkt.

 

De nieuwe Scapino-winkel heeft een winkelfront van circa 20 meter, waarmee zij een prominente plek heeft in de passage van het winkelcentrum. Met het brede assortiment schoenen en kleding voor het hele gezin vormt Scapino een waardevolle toevoeging aan het bestaande aanbod.

 

De komst van Scapino past binnen de ambitie om De Kerverij verder te ontwikkelen als aantrekkelijk en toekomstbestendig winkelcentrum voor Valkenswaard en de regio. Door een sterke mix van landelijke ketens en lokaal ondernemerschap blijft het centrum inspelen op de behoeften van het winkelend publiek.

 

RSP Makelaars bracht de transactie tot stand namens verhuurder De Kerverij BV.

Wij heten Scapino van harte welkom in Valkenswaard en wensen het team veel succes op deze nieuwe locatie!

 

scapino de kerverij

Staatssecretaris schept duidelijkheid over massaal bezwaar belastingrente

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026. In dat arrest verklaarde de Hoge Raad het verhoogde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting onverbindend.

In een eerder blog bespraken wij deze uitspraak al uitgebreid onder de titel “Hoge Raad zet streep door verhoging belastingrente vennootschapsbelasting”. De recente Kamerbrief geeft nu duidelijkheid over de praktische uitvoering van dat arrest binnen de massaal bezwaar procedure.

Verhoogd percentage Vpb definitief van tafel

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde rentepercentage voor de vennootschapsbelasting niet mag worden toegepast. Daarmee vervalt de specifieke minimumrente die sinds 1 januari 2022 gold voor Vpb-plichtigen.

Voor alle gevallen waarin belastingrente moet worden berekend, geldt voor de vennootschapsbelasting het reguliere (algemene) rentepercentage. De staatssecretaris bevestigt dit expliciet in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Wat betekent dit voor de massaal bezwaar procedure?

De uitspraak werkt door in de lopende massaal bezwaar procedure over belastingrente. De Belastingdienst zal de bezwaren die onder deze procedure vallen collectief afdoen.

Voor de vennootschapsbelasting betekent dit:

  • Bezwaren tegen het verhoogde rentepercentage worden toegewezen;
  • De belastingrente wordt herrekend naar het reguliere percentage;
  • De inspecteur past de betrokken aanslagen ambtshalve aan.

Voor andere belastingmiddelen blijft het algemene rentepercentage ongewijzigd van toepassing.

 

Praktische gevolgen voor Vpb-plichtigen

Ondernemingen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingrente in de vennootschapsbelasting kunnen een aanpassing van de in rekening gebrachte rente verwachten. Dat kan leiden tot een teruggaaf.

Het is raadzaam om:

  • Te controleren of uw aanslagen onder de massaal bezwaar procedure vallen;
  • De komende maanden de aangepaste rentebeschikkingen te monitoren;
  • Bij nieuwe aanslagen het gehanteerde rentepercentage expliciet te toetsen.

Conclusie

Met de brief aan de Tweede Kamer geeft de staatssecretaris uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad. Het verhoogde rentepercentage voor de vennootschapsbelasting is definitief van tafel. Voor de Vpb geldt voortaan weer het reguliere rentepercentage.

De discussie over de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting is daarmee afgerond; de administratieve verwerking volgt nu.

 

Nieuwe btw-herzieningsregeling voor vastgoed vanaf 1 januari 2026

Per 1 januari 2026 treedt een belangrijke wijziging in de btw-wetgeving in werking. De overheid introduceert een herzieningsregeling voor diensten aan onroerende zaken. Deze regeling is van belang voor ondernemers die investeren in onderhoud, renovatie of verbouwing van vastgoed en de btw op deze diensten willen aftrekken. De maatregel zorgt ervoor dat eerder afgetrokken btw wordt aangepast wanneer het gebruik van het vastgoed verandert, zodat fiscale correcties in de toekomst adequater kunnen worden toegepast.

 

Waarom een herzieningsregeling voor diensten?

Tot op heden bestaat de btw-herziening vooral voor investeringsgoederen, zoals de aankoop of ontwikkeling van vastgoed of roerende zaken waarop kan worden afgeschreven. Diensten, zoals verbouwing of onderhoud, vallen niet onder deze regeling. Dit creëerde situaties waarin ondernemers ingrijpende verbouwingen of onderhoud uitvoerden en de btw volledig aftrokken, terwijl het pand later btw-vrijgesteld werd gebruikt.

Een belangrijk voorbeeld betreft de zogenaamde short-stay-structuren. Hierbij verbouwt een ondernemer een pand tot woningen met de intentie om deze later btw-vrijgesteld te verhuren. Om de btw terug te kunnen vragen, verhuurt hij de woningen eerst kortstondig btw-belast. Zodra de woningen op korte termijn btw-vrijgesteld worden verhuurd, vindt er geen herziening plaats en blijft de eerder teruggevraagde btw volledig aftrekbaar. De wetgever beschouwt dit als een ongewenste constructie en heeft de nieuwe herzieningsregeling mede ingevoerd om dergelijke situaties te voorkomen.

 

Wat zijn investeringsdiensten?

Vanaf 2026 geldt de herzieningsregeling voor zogenaamde investeringsdiensten aan onroerende zaken. Dit zijn diensten met een duurzaam karakter die een meerjarig nut opleveren. Onder investeringsdiensten vallen werkzaamheden zoals vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen van een onroerende zaak, onderhoud en ingrijpende verbouwingen inclusief sloopwerkzaamheden.

Voorbeelden zijn het schilderen van kozijnen en deuren, grond- of asbestsanering, het plaatsen van keukens of badkamers, isolatiewerkzaamheden, renovatie van gevels of daken en het installeren van installaties of machines die onderdeel uitmaken van het pand. Om te voorkomen dat kleine, incidentele werkzaamheden onder de regeling vallen, geldt een drempel van € 30.000 exclusief btw per dienst. Kunstmatig opknippen van werkzaamheden wordt door de wetgever bestreden.

 

Hoe werkt de herziening in de praktijk?

Diensten die onder de regeling vallen, worden gedurende vijf jaar gevolgd: het jaar van ingebruikname plus vier daaropvolgende boekjaren. Gedurende deze periode moeten ondernemers bijhouden of het gebruik van het vastgoed verandert. Wordt een pand bijvoorbeeld eerst btw-belast verhuurd en later btw-vrijgesteld, dan moet de eerder afgetrokken btw pro rata worden gecorrigeerd. In sommige gevallen kan dit betekenen dat btw moet worden terugbetaald; in andere gevallen kan een ondernemer juist extra btw terugvorderen wanneer een dienst later wordt gebruikt voor btw-belaste prestaties.

Een concreet voorbeeld illustreert dit effect. Stel dat een ondernemer een kantoorgebouw verbouwt tot appartementen en de verbouwingskosten € 5.000.000 exclusief btw bedragen. In het jaar van ingebruikneming worden de appartementen btw-belast verhuurd, waardoor de volledige btw van € 1.050.000 in aftrek wordt gebracht. In het tweede boekjaar besluit de ondernemer de verhuur btw-vrijgesteld voort te zetten. De herzieningsregeling verplicht nu een correctie van vier vijfde van de btw, in dit voorbeeld € 840.000. Onder de oude wetgeving zou geen herziening plaatsvinden.

 

Herzieningstermijn en ingangsdatum

De herzieningstermijn voor diensten bedraagt vijf jaar per investeringsdienst en start op het moment dat de dienst in gebruik wordt genomen. Hierdoor is er een specifiek en objectief bepaalbaar aanvangsmoment. De keuze voor een termijn van vijf jaar is bedoeld om de administratieve en uitvoeringslasten binnen redelijke grenzen te houden.

De regeling treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op investeringsdiensten die op of na deze datum in gebruik worden genomen. Dit geeft ondernemers nog tijd om hun projecten en administratieve processen goed voor te bereiden.

 

Gevolgen voor de praktijk

De invoering van deze herzieningsregeling kan grote gevolgen hebben voor ondernemers die vastgoed exploiteren. Enerzijds kan de regeling leiden tot terugbetalingen van eerder afgetrokken btw wanneer het gebruik van een pand wijzigt. Anderzijds biedt de regeling mogelijkheden om extra btw terug te vorderen wanneer een dienst later voor btw-belaste prestaties wordt gebruikt.

Omdat de regeling brede en soms open normen kent, zal er in de praktijk discussie ontstaan over de kwalificatie van bepaalde diensten als investeringsdiensten en over de verdeling van werkzaamheden over afzonderlijke diensten. Ondernemers doen er goed aan tijdig hun projecten te beoordelen en de administratie zorgvuldig in te richten. Zo kunnen zij hun fiscale positie vanaf 1 januari 2026 onder controle houden en onaangename verrassingen voorkomen.

 

Advies voor ondernemers

Het is raadzaam om nu al inzicht te krijgen in geplande onderhouds- en renovatieprojecten en deze goed te registreren. Bespreek met uw adviseur welke diensten onder de herzieningsregeling vallen en welke gevolgen dit heeft voor uw administratie en btw-aftrek. Een tijdige voorbereiding biedt duidelijkheid, voorkomt onverwachte correcties en helpt optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die de wet biedt.

Orde op zaken, zaken op orde. Heeft u vragen over deze nieuwe regeling of wilt u weten wat dit betekent voor uw vastgoedportefeuille? Neem dan contact op met een van onze adviseur voor een persoonlijke analyse en praktische ondersteuning.

Loon directeur grootaandeelhouder

Let op: nep-betalingsherinneringen van de Belastingdienst in omloop

Het komt steeds vaker voor dat criminelen zich voordoen als medewerkers van de Belastingdienst. Dit wordt ook wel phishing genoemd. Op steeds slimmere manieren proberen zij je geld afhandig te maken. Wees alert op deze nepberichten. Wij leggen je uit welke methoden criminelen vaak gebruiken, om je betalingen te laten doen, uit naam van de Belastingdienst.

Sms- en e-mailberichten met betaalverzoeken

Een veelvoorkomende vorm van phishing betreft sms- en e-mailberichten waarin wordt gesteld dat sprake is van een openstaande belastingschuld. In deze berichten wordt vaak verwezen naar een laatste betalingsherinnering met een korte of zelfs onmiddellijke uiterste betaaldatum. Regelmatig is een link opgenomen waarmee u zogenaamd direct kunt betalen.

Waar dergelijke berichten in het verleden nog herkenbaar waren aan spelfouten of een slordige opmaak, zijn zij tegenwoordig professioneel opgesteld en daardoor lastig te onderscheiden van echte correspondentie.

Hoe communiceert de Belastingdienst wel?

Het is belangrijk om te weten dat de Belastingdienst:

  • geen sms- of e-mailberichten verstuurt waarin wordt verwezen naar een openstaande belastingschuld;
  • geen betaalverzoeken doet via iDEAL-links, betaalknoppen of QR-codes;
  • invorderingsmaatregelen niet per e-mail of telefoon aankondigt;
  • uitsluitend communiceert via officiële aanslagen per post (de bekende blauwe envelop) of via de beveiligde omgeving van Mijn Belastingdienst.

Ontvangt u een bericht dat hiervan afwijkt, dan is dat een belangrijk waarschuwingssignaal.

Andere vormen van fraude

Naast nep-betalingsherinneringen komen ook andere vormen van fraude voor, zoals:

  • Neptelefoontjes van de Belastingdienst:

Criminelen bellen u en doen zich voor als medewerkers van de Belastingdienst. Ze zeggen dat u een openstaande belastingschuld heeft en eisen directe betaling, vaak onder dreiging van beslag op uw bankrekening. Deze oproepen zijn bewust bedoeld om u onder druk te zetten en u snel te laten betalen. De Belastingdienst belt nooit op deze manier; officiële communicatie verloopt altijd via een schriftelijke aanslag in de bekende blauwe envelop of via de beveiligde omgeving van Mijn Belastingdienst.

  • Cryptovaluta:

Sinds begin 2026 circuleren er valse e-mails waarin ontvangers wordt verzocht informatie te verstrekken aan de Belastingdienst over het bezit van bitcoins en andere cryptovaluta. In deze phishingberichten wordt gevraagd om via DigiD in te loggen om deze gegevens aan te leveren. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze e-mails niet authentiek zijn. Ga niet in op dit verzoek en klik niet op de link in het bericht.

Wat kunt u doen?

Wij adviseren u om:

  • nooit te betalen naar aanleiding van onverwachte berichten;
  • geen links aan te klikken en geen bijlagen te openen;
  • geen persoonlijke of financiële gegevens te verstrekken;
  • bij twijfel altijd eerst contact op te nemen met uw adviseur.

Samen kunnen wij beoordelen of een bericht legitiem is en welke vervolgstappen, indien nodig, passend zijn.

Meer informatie

Op de website van de Fraudehelpdesk vindt u actuele voorbeelden van phishing, nepmails, sms-berichten en andere vormen van digitale fraude. Bent u onverhoopt slachtoffer geworden, dan kunt u daar ook een melding doen.

Daarnaast kunt u bij online betalingen gebruikmaken van een IBAN-naamcheck, waarmee u kunt controleren of de naam van de ontvanger overeenkomt met het rekeningnummer.

Wees alert

Criminelen spelen in op tijdsdruk en onzekerheid. Twijfel betekent: niet betalen en eerst overleggen. Bij vragen of onzekerheid kunt u uiteraard contact opnemen met een van onze adviseurs. Wij denken graag met u mee.

Bureau Aard ontwikkelt de locatie aan De Vlasroot, op de hoek met de Leenderweg in Valkenswaard

Leenderweg/Vlasroot - Valkenswaard

Bureau Aard ontwikkelt de locatie aan De Vlasroot, op de hoek met de Leenderweg in Valkenswaard.

Op deze strategisch gelegen plek realiseert Bureau Aard een nieuw woongebied met in totaal 48 woningen. Het woningprogramma omvat 27 grondgebonden woningen en 21 appartementen en biedt daarmee een gevarieerd aanbod voor verschillende doelgroepen.

 

Bureau Aard geeft de locatie een nieuwe invulling die zorgvuldig aansluit op de bestaande bebouwing en de ruimtelijke structuur van de omgeving. Met aandacht voor stedenbouwkundige kwaliteit versterkt het plan de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

 

Met deze ontwikkeling draagt Bureau Aard actief bij aan de woningbouwopgave van de gemeente Valkenswaard. Door woningen toe te voegen op een goed bereikbare en passend ingepaste locatie ontstaat een hoogwaardige woonomgeving die aansluit bij de wensen en behoeften van huidige en toekomstige bewoners.

 

Alles over de Opgaaf UBD voor betalingen aan derden

Heeft u in 2025 bedragen uitbetaald aan derden zonder btw? Dan moet u mogelijk vóór 1 februari 2026 een Opgaaf UBD indienen bij de Belastingdienst. De regels zijn aangescherpt en gelden inmiddels voor meer ondernemers dan voorheen. Meldt u niet tijdig of niet volledig, dan loopt u het risico op boetes.

Wat is de Opgaaf UBD?

Met de Opgaaf UBD (uitbetaling bedragen aan derden) meldt u betalingen aan natuurlijke personen die geen werknemer van u zijn. Het gaat om situaties waarin u geen factuur ontvangt of waarin u een factuur ontvangt zonder btw. De Belastingdienst gebruikt deze gegevens als contra-informatie en verwerkt deze, na selectie, in de vooraf ingevulde aangifte als resultaat uit overige werkzaamheden.

Voor wie geldt de meldingsplicht?

Bent u inhoudingsplichtig voor de loonheffingen en doet u aangifte loonheffingen, dan valt u in principe onder deze regeling. Ook collectieve beheersorganisaties moeten een Opgaaf UBD indienen. In sommige gevallen geldt de verplichting ook voor niet-inhoudingsplichtigen, zoals verenigingen of particulieren, maar alleen als de Belastingdienst hen hiervoor expliciet uitnodigt.

Wanneer loopt u als ondernemer risico?

U moet extra alert zijn wanneer u betalingen doet aan natuurlijke personen die geen werknemer zijn. Dit speelt bijvoorbeeld bij betalingen aan zzp’ers die zonder btw factureren, bij personen die geen factuur sturen, bij zorgverleners die vrijgestelde prestaties verrichten en bij leveranciers die werken met btw-verlegde facturen. Ook betalingen aan natuurlijke personen die onder de kleineondernemersregeling vallen, moet u melden. Juist deze groep wordt in de praktijk vaak over het hoofd gezien.

Wanneer geldt de Opgaaf UBD niet?

Niet elke betaling valt onder de meldingsplicht. Zo hoeft u geen Opgaaf UBD te doen voor betalingen aan artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen. Ook betalingen aan vrijwilligers blijven buiten de regeling, zolang deze binnen de onbelaste vrijwilligersvergoeding blijven. Daarnaast vallen betalingen aan erfgerechtigden van inkomsten uit auteursrechten buiten de Opgaaf UBD. U moet per situatie beoordelen of daadwerkelijk sprake is van een geldige uitzondering.

Welke gegevens moet u aanleveren?

Bij de Opgaaf UBD levert u per persoon het uitbetaalde bedrag aan, inclusief kostenvergoedingen en eventuele beloningen in natura. Daarnaast vermeldt u de datum van uitbetaling en de persoonsgegevens van de ontvanger. Bent u administratieplichtig, dan moet u ook het BSN aanleveren. Is het BSN niet beschikbaar, dan mag u een test-BSN gebruiken, al kan dit vragen oproepen bij de verwerking door de Belastingdienst.

Deadline en wijze van aanleveren

U moet de gegevens over 2025 uiterlijk 31 januari 2026 aanleveren. Het gaat uitsluitend om betalingen die u daadwerkelijk in 2025 heeft gedaan. U kunt de Opgaaf UBD indienen via het gegevensportaal van de Belastingdienst of via Digipoort. Vanaf 2026 mag u betalingen die in dat jaar plaatsvinden ook tussentijds melden, maar dat verandert niets aan de verplichtingen over eerdere jaren.

Aangescherpte regels voor btw-verlegde facturen

De Belastingdienst beschouwt ook betalingen op basis van btw-verlegde facturen als UBD-plichtig. Waar dit eerder niet altijd nodig was, verwacht de Belastingdienst nu dat u alsnog een Opgaaf UBD indient over de jaren 2022 tot en met 2025 als u dit nog niet heeft gedaan. U moet hiervoor contact opnemen met uw belastingkantoor om maatwerkafspraken te maken over de wijze van aanleveren.

Gevolgen bij niet of onjuist melden

De Belastingdienst geeft geen garantie dat bij het alsnog melden geen sancties volgen. Meldt u niet, onjuist of onvolledig, dan kan de Belastingdienst een boete opleggen. Bij opzettelijk niet melden kunnen de sancties aanzienlijk oplopen. Door tijdig actie te ondernemen en de Belastingdienst vroeg te informeren, verkleint u deze risico’s.

Wat betekent dit voor u?

De Opgaaf UBD is geen formaliteit, maar een verplicht onderdeel van een correcte fiscale administratie. Door nu inzicht te krijgen in uw betalingen zonder btw en tijdig te melden, voorkomt u problemen achteraf.

Orde op zaken, zaken op orde.

Heeft u vragen over de Opgaaf UBD of over btw-verlegde situaties? Neem dan contact op met uw adviseur of met één van onze loonbelastingspecialisten.

 

Hoge Raad zet streep door verhoging belastingrente vennootschapsbelasting

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad definitief geoordeeld over de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb). De per 1 januari 2022 ingevoerde minimumrente van 8% is volgens het hoogste rechtscollege onverbindend. Dit betekent dat deze regeling niet mag worden toegepast.

 

Volgens de Hoge Raad is de verhoging in strijd met het evenredigheidsbeginsel (de overheid mag belastingplichtigen niet zwaarder belasten dan redelijk is) en het gelijkheidsbeginsel (gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld).

 

Deze uitspraak is van groot belang in het licht van de eerder aangewezen massaal bezwaarprocedure tegen belastingrente, waarover wij eerder schreven in ons artikel Massaal bezwaar belastingrente uitgebreid naar inkomstenbelasting en meer. Met dit arrest geeft de Hoge Raad nu duidelijke richting aan de verdere afhandeling van deze procedures.

 

Wat heeft de Hoge Raad beslist?

De Hoge Raad oordeelt dat de bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi), waarin voor de vennootschapsbelasting een hoger rentepercentage gold dan voor andere belastingen, buiten toepassing moet blijven.

 

Hoewel de besluitgever formeel binnen de wettelijke bevoegdheid is gebleven om regels vast te stellen, benadrukt de Hoge Raad dat het Bbi geen wet in formele zin is. Dat betekent dat belastingrechters mogen toetsen of zulke regels voldoen aan algemene rechtsbeginselen, zoals redelijkheid en gelijke behandeling.

 

Die toets valt in dit geval negatief uit voor de wetgever.

 

Waarom is de regeling onverbindend?

De Hoge Raad komt tot zijn oordeel op basis van de volgende overwegingen:

  • De verhoging van de belastingrente voor de Vpb was voornamelijk bedoeld om extra inkomsten voor de schatkist te genereren.
  • Er is geen goede en objectieve reden gegeven waarom alleen Vpb-plichtigen met een hogere rente werden geconfronteerd.
  • Voor de berekening van belastingrente moeten Vpb-plichtigen en belastingplichtigen voor andere belastingen als gelijke gevallen worden beschouwd.

 

Door toch uitsluitend voor de vennootschapsbelasting een hoger rentepercentage te hanteren, heeft de wetgever volgens de Hoge Raad een ongerechtvaardigde en eenzijdige lastenverzwaring gecreëerd. Daarmee is de regeling in strijd met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel.

 

Terugval naar het algemene rentepercentage

Het directe gevolg van het arrest is dat voor de jaren 2022 en 2023 de belastingrente voor de vennootschapsbelasting moet worden berekend tegen het algemene percentage van 4%.

 

De Hoge Raad geeft daarnaast duidelijkheid voor latere jaren:

  • Het sinds 1 januari 2024 geldende minimumpercentage van 4,5% acht de Hoge Raad niet onredelijk.
  • Daarmee wordt volgens de Hoge Raad voldoende herstel geboden en wordt voorkomen dat één groep belastingplichtigen opnieuw zwaarder wordt belast dan anderen.

 

Betekenis voor het massaal bezwaar tegen belastingrente

Deze uitspraak bevestigt de juridische basis van de massaal bezwaarprocedures tegen belastingrente. Zoals in ons eerdere blog is toegelicht, zijn bezwaren tegen belastingrente vanaf 1 oktober 2020 voor meerdere belastingmiddelen aangewezen als massaal bezwaar.

 

Met dit arrest staat vast dat:

  • Selectieve verhogingen van belastingrente niet zomaar zijn toegestaan;
  • Het evenredigheidsbeginsel een belangrijke toetssteen is bij belastingrente;
  • Lagere regelgeving, zoals het Bbi, door de rechter inhoudelijk kan worden getoetst.

 

Voor andere belastingmiddelen betekent deze uitspraak niet automatisch dat de daar geldende rentepercentages ongeldig zijn. Wel is duidelijk dat ook daar kritisch wordt gekeken naar de onderbouwing, proportionaliteit en gelijke behandeling.

 

Wat betekent dit concreet voor belastingplichtigen?

Voor belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingrente in de vennootschapsbelasting, ligt aanpassing van de rente nu voor de hand. Voor andere situaties blijft het belangrijk om alert te blijven:

  • Controleer of lopende bezwaren of herzieningsverzoeken correct zijn ingediend.
  • Is de bezwaartermijn verstreken, dan kan mogelijk nog een verzoek om ambtshalve vermindering worden gedaan.
  • Bij nieuwe (voorlopige of definitieve) aanslagen is het verstandig om het toegepaste rentepercentage expliciet te controleren.

 

Let op: deelname aan een massaal bezwaarprocedure vereist altijd dat per aanslag tijdig individueel bezwaar is gemaakt.

 

Conclusie

Met dit arrest heeft de Hoge Raad een duidelijke grens getrokken. Belastingrente mag niet worden gebruikt om zonder goede reden één specifieke groep belastingplichtigen extra te belasten. Dit oordeel heeft directe gevolgen voor de vennootschapsbelasting en is ook relevant voor de bredere discussie over belastingrente bij andere belastingen.

 

Heeft u ondersteuning nodig bij bezwaar, herziening of een verzoek om ambtshalve vermindering? Onze adviseurs helpen u graag verder.

 

TAM-omgevingsplan De Vlasroot x Leenderweg ter inzage

Bureau Aard werkt aan de herontwikkeling van de locatie aan De Vlasroot, op de hoek met de Leenderweg in Valkenswaard. Op deze locatie wil Bureau Aard 48 woningen realiseren, bestaande uit 27 grondgebonden woningen en 21 appartementen.
 
Met deze ontwikkeling maken we ruimte voor een nieuwe wooninvulling die past bij de omgeving en bijdraagt aan de woningbouwopgave in Valkenswaard.
 
Om dit plan mogelijk te maken heeft de gemeente een ontwerp TAM-omgevingsplan opgesteld. Dit is een tijdelijk planologisch kader waarin staat wat er gebouwd mag worden en onder welke voorwaarden.
 
In de bijbehorende ruimtelijke motivering heeft de gemeente onderzocht of het plan verantwoord en passend is. Daaruit blijkt onder meer dat:

  • het plan stedenbouwkundig goed inpasbaar is in de omgeving;
  • het aansluit bij de bestaande bebouwing aan de Leenderweg en De Vlasroot;
  • het bijdraagt aan de woningbouwopgave in Valkenswaard;
  • er geen onaanvaardbare gevolgen zijn voor verkeer, parkeren, milieu en leefomgeving.