Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad definitief geoordeeld over de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb). De per 1 januari 2022 ingevoerde minimumrente van 8% is volgens het hoogste rechtscollege onverbindend. Dit betekent dat deze regeling niet mag worden toegepast.
Volgens de Hoge Raad is de verhoging in strijd met het evenredigheidsbeginsel (de overheid mag belastingplichtigen niet zwaarder belasten dan redelijk is) en het gelijkheidsbeginsel (gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld).
Deze uitspraak is van groot belang in het licht van de eerder aangewezen massaal bezwaarprocedure tegen belastingrente, waarover wij eerder schreven in ons artikel “Massaal bezwaar belastingrente uitgebreid naar inkomstenbelasting en meer”. Met dit arrest geeft de Hoge Raad nu duidelijke richting aan de verdere afhandeling van deze procedures.
Wat heeft de Hoge Raad beslist?
De Hoge Raad oordeelt dat de bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi), waarin voor de vennootschapsbelasting een hoger rentepercentage gold dan voor andere belastingen, buiten toepassing moet blijven.
Hoewel de besluitgever formeel binnen de wettelijke bevoegdheid is gebleven om regels vast te stellen, benadrukt de Hoge Raad dat het Bbi geen wet in formele zin is. Dat betekent dat belastingrechters mogen toetsen of zulke regels voldoen aan algemene rechtsbeginselen, zoals redelijkheid en gelijke behandeling.
Die toets valt in dit geval negatief uit voor de wetgever.
Waarom is de regeling onverbindend?
De Hoge Raad komt tot zijn oordeel op basis van de volgende overwegingen:
- De verhoging van de belastingrente voor de Vpb was voornamelijk bedoeld om extra inkomsten voor de schatkist te genereren.
- Er is geen goede en objectieve reden gegeven waarom alleen Vpb-plichtigen met een hogere rente werden geconfronteerd.
- Voor de berekening van belastingrente moeten Vpb-plichtigen en belastingplichtigen voor andere belastingen als gelijke gevallen worden beschouwd.
Door toch uitsluitend voor de vennootschapsbelasting een hoger rentepercentage te hanteren, heeft de wetgever volgens de Hoge Raad een ongerechtvaardigde en eenzijdige lastenverzwaring gecreëerd. Daarmee is de regeling in strijd met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel.
Terugval naar het algemene rentepercentage
Het directe gevolg van het arrest is dat voor de jaren 2022 en 2023 de belastingrente voor de vennootschapsbelasting moet worden berekend tegen het algemene percentage van 4%.
De Hoge Raad geeft daarnaast duidelijkheid voor latere jaren:
- Het sinds 1 januari 2024 geldende minimumpercentage van 4,5% acht de Hoge Raad niet onredelijk.
- Daarmee wordt volgens de Hoge Raad voldoende herstel geboden en wordt voorkomen dat één groep belastingplichtigen opnieuw zwaarder wordt belast dan anderen.
Betekenis voor het massaal bezwaar tegen belastingrente
Deze uitspraak bevestigt de juridische basis van de massaal bezwaarprocedures tegen belastingrente. Zoals in ons eerdere blog is toegelicht, zijn bezwaren tegen belastingrente vanaf 1 oktober 2020 voor meerdere belastingmiddelen aangewezen als massaal bezwaar.
Met dit arrest staat vast dat:
- Selectieve verhogingen van belastingrente niet zomaar zijn toegestaan;
- Het evenredigheidsbeginsel een belangrijke toetssteen is bij belastingrente;
- Lagere regelgeving, zoals het Bbi, door de rechter inhoudelijk kan worden getoetst.
Voor andere belastingmiddelen betekent deze uitspraak niet automatisch dat de daar geldende rentepercentages ongeldig zijn. Wel is duidelijk dat ook daar kritisch wordt gekeken naar de onderbouwing, proportionaliteit en gelijke behandeling.
Wat betekent dit concreet voor belastingplichtigen?
Voor belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingrente in de vennootschapsbelasting, ligt aanpassing van de rente nu voor de hand. Voor andere situaties blijft het belangrijk om alert te blijven:
- Controleer of lopende bezwaren of herzieningsverzoeken correct zijn ingediend.
- Is de bezwaartermijn verstreken, dan kan mogelijk nog een verzoek om ambtshalve vermindering worden gedaan.
- Bij nieuwe (voorlopige of definitieve) aanslagen is het verstandig om het toegepaste rentepercentage expliciet te controleren.
Let op: deelname aan een massaal bezwaarprocedure vereist altijd dat per aanslag tijdig individueel bezwaar is gemaakt.
Conclusie
Met dit arrest heeft de Hoge Raad een duidelijke grens getrokken. Belastingrente mag niet worden gebruikt om zonder goede reden één specifieke groep belastingplichtigen extra te belasten. Dit oordeel heeft directe gevolgen voor de vennootschapsbelasting en is ook relevant voor de bredere discussie over belastingrente bij andere belastingen.
Heeft u ondersteuning nodig bij bezwaar, herziening of een verzoek om ambtshalve vermindering? Onze adviseurs helpen u graag verder.