Eerste Hulp Bij Corona (COVID-19)

De gevolgen van de COVID-19 uitbraak grijpen fors om ons heen. Het raakt iedereen in de persoonlijke levenssfeer. Hulde aan iedereen die zich inzet om het virus en de gevolgen van de uitbraak te bestrijden en die actief is in een vitaal beroep. Dat verdient niet alleen respect, maar verlangt ook dat wij allemaal verantwoord omgaan met de richtlijnen om zo ook maximaal bij te dragen aan de beheersbaarheid van de (gevolgen van de) uitbraak van COVID-19.
 
Wij hebben niet de kennis en vaardigheid om de zo nodige persoonlijke medische hulp en zorg te bieden. Wel kunnen wij hulp bieden aan ondernemers: Eerste Hulp Bij Corona (COVID-19).
 
De overheid heeft maatregelen genomen met als doel te bevorderen dat ondernemers de tijd dat het virus ons land in z’n greep heeft zakelijk te overwinnen. Wij kunnen ons voorstellen dat de inhoud of uitvoering van die maatregelen niet voor alle ondernemers duidelijk is. Of dat zij hulp nodig hebben om gebruik te maken van die maatregelen.
 
De COVID-19 uitbraak kan ook verder strekkende gevolgen hebben dan met de noodmaatregelen kunnen worden overwonnen. Daarom hebben wij een team samengesteld van professionals die samen of elk op hun vakgebied ondernemers van dienst kunnen zijn:
 
T.A.H. Hospel (hospel@bureau-aard.nl): Erkend financieel adviseur. Voor vragen over uw bestaande financieringen, bijstand bij overleg met uw bestaande financier(s) of advies en bemiddeling bij een nieuwe financiering.
 
R.J.G.M. Philips AA RB (philips@bureau-aard.nl): Voor de toepassing van door de overheid genomen steunmaatregelen, voor belastingadvies en om samen met de ondernemer de levensvatbaarheid van de onderneming te diagnosticeren.
 
mr. M.Ph.A. Senders (senders@bureau-aard.nl): Voor de toepassing van de door de overheid genomen steunmaatregelen, voor het analyseren en beperken van risico’s, in verband met dreigende insolventie (faillissement) en voor herstructurering of recovery.
 
Maar ook als u gewoon een gesprekspartner zoekt voor de afweging van een mogelijk moeilijke keuze waar u als ondernemer voor staat, dan nodigen wij u uit contact met ons op te nemen.
 

De verantwoordelijkheden van de bestuurder van een BV

Elke bestuurder van een vennootschap dient zich bewust te zijn van de verantwoordelijkheden die de taak van bestuurder met zich meebrengt.
 
Elke bestuurder moet zijn taak behoorlijk vervullen. Als het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld kan een bestuurder op grond van de wet door de vennootschap (of in geval van faillissement, door de faillissementscurator) aansprakelijk worden gehouden voor de schade die ontstaan is door zijn onbehoorlijk bestuur. Hij moet dan de door de vennootschap geleden schade vergoeden. Aan een bestuurder wordt de eis gesteld dat hij beschikt over het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die op zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult. Kortom, een bestuurder moet bekwaam zijn en zijn taak zorgvuldig uitoefenen. Een bestuurder mag uiteraard gewoon fouten maken. Bij ondernemen hoort risico’s nemen. Bij risico’s horen fouten. Dus voor aansprakelijkheid moet aan de bestuurder een ernstig (persoonlijk) verwijt kunnen worden gemaakt. Een ‘gewone bestuursfout’ levert niet zomaar een ernstig verwijt op. De vraag of een bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval.
 
De aansprakelijkheid van een bestuurder kan echter nog verder gaan dan alleen het vergoeden van schade. Hij kan onder omstandigheden zelfs aansprakelijk zijn voor alle tekorten van de vennootschap die hij heeft bestuurd. Dit betreft de bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement (artikel 2:248 BW). Deze vorm van aansprakelijkheid in faillissement is dus niet beperkt tot de directe schade als gevolg van de onbehoorlijke taakvervulling, zoals het geval is bij bestuurdersaansprakelijkheid buiten faillissement op grond van artikel 2:9 BW.
 
Een curator kan het bestuur van de failliete vennootschap aansprakelijk houden voor het boedeltekort (alle schulden, inclusief de faillissementskosten, die niet uit het faillissement kunnen worden voldaan), indien: (a) sprake is ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’, (b) dat zich heeft voorgedaan in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement en (c) wanneer dat onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur zal normaal gesproken niet snel sprake zijn. Kennelijk onbehoorlijk bestuur impliceert steeds onverantwoordelijk, onbezonnenheid of roekeloos handelen met de, objectief te bepalen, wetenschap dat de schuldeisers daarvan de dupe kunnen worden. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is slechts sprake indien geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden aldus zou hebben gehandeld. Wanneer het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichting een behoorlijke boekhouding te voeren of zijn verplichting de jaarrekening(en) binnen de daartoe geldende wettelijke termijn(en) te publiceren, dan staat vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Maar daarmee is een curator er nog niet; hij moet immers aantonen dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is. De wet bepaalt overigens wel dat het vermoeden geldt dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Maar daar kan de bestuurder tegenbewijs tegen leveren door aan te tonen dat er een andere zwaarwegende externe oorzaak is van het faillissement. Het bestuur is verplicht de administratie op een zodanige wijze te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend. Er dient snel inzicht te kunnen worden verkregen in de debiteuren- of crediteurenpositie op enig moment. Deze debiteuren- of crediteurenpositie en de stand van de liquiditeiten van de vennootschap moeten gezien de aard en de omvang van de onderneming een redelijk inzicht geven in de vermogenspositie van de vennootschap.
 
Een bestuurder van een vennootschap dient ook zorgvuldig te handelen tegenover derden, bijvoorbeeld crediteuren van de vennootschap. Doet hij dit niet, dan zou een derde die daardoor schade lijdt de bestuurder persoonlijk aansprakelijk kunnen houden voor die schade. Van aansprakelijkheid van een bestuurder jegens derden is niet snel sprake. Voor onrechtmatig handelen van een bestuurder jegens een derde geldt in de praktijk dezelfde maatstaf als bij aansprakelijkheid van een bestuurder jegens de vennootschap; hem moet een ernstig (persoonlijk) verwijt kan worden gemaakt.
 
In de rechtspraak worden in het algemeen de volgende drie situaties onderscheiden, waarbij relevante factor steeds is de mate waarin voor de bestuurder voorzienbaar was dat zijn handelen tot schade bij derden zou leiden:
 
1. Het bewerkstelligen of toelaten dat de vennootschap wanprestatie pleegt (dus haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt): Een vennootschap is in beginsel vrij om in willekeurige volgorde haar schuldeisers te voldoen, zonder acht te slaan op het tijdstip van ontstaan van de vordering of een daaraan verbonden voorrecht. Desondanks kan betaling door de vennootschap van een (opeisbare) schuld onder omstandigheden toch een onrechtmatige daad van de bestuurder van die vennootschap opleveren jegens de onbetaald gebleven schuldeisers. Dit is onder meer het geval indien de bestuurder met het wel betalen van een bepaalde crediteur jegens de overige crediteuren zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt is in ieder geval sprake indien de bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Kortom, voorzichtigheid is geboden bij betaling van (een) enkele individuele crediteur(en).Van een persoonlijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt en ook geen verhaal biedt voor de als gevolg daarvan optredende schade. Voorbeelden hiervan zijn het op ongeoorloofde wijze onttrekken van vermogen aan de vennootschap en het selectief betalen van bepaalde crediteuren ten detrimente van andere crediteuren.
 
2. Het aangaan van verplichtingen terwijl de bestuurder weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze niet zal kunnen nakomen: De bestuurder van een vennootschap kan onder omstandigheden persoonlijk aansprakelijk worden gehouden indien hij namens de vennootschap een verplichting is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet kan nakomen en dat de vennootschap ook geen verhaal biedt voor de als gevolg daarvan door de wederpartij te lijden schade. Als de vennootschap in zwaar weer verkeert is derhalve ook voor het aangaan van nieuwe verplichtingen voorzichtigheid geboden. Ook het doen continueren van verplichtingen, waarvan de bestuurder weet of zich heeft moeten realiseren dat deze niet kunnen worden nagekomen, kan tot persoonlijke aansprakelijkheid leiden. Het voorgaande betekent niet dat een bestuurder helemaal geen vrijheid meer heeft als een vennootschap het financieel zwaar(der) krijgt. De bestuurder die namens de vennootschap verplichtingen aangaat op een moment waarop het voor hem twijfelachtig is of de vennootschap aan haar verplichtingen zal kunnen voldoen handelt niet zondermeer in strijd met de op hem rustende zorgplicht. Op de vraag waar de grens of het omslagpunt ligt bestaat geen eenduidig antwoord. De omstandigheden van het geval zullen steeds bepalend zijn. In alle gevallen zal een bestuurder echter zorgvuldig moeten omgaan met de schuldeisers van de vennootschap.
 
3. Het verrichten namens of toestaan van handelingen door de vennootschap, terwijl de bestuurder die handelingen in verband met de hem kenbare belangen van een derde (de benadeelde) had behoren te voorkomen. Ook hier geldt dat dit niet betekent dat een bestuurder helemaal geen vrijheid meer heeft als een vennootschap het financieel zwaar(der) krijgt.
 
Dreigt u als bestuurder in een lastig pakket terecht te komen of wilt u gewoon meer weten over de taken, verantwoordelijkheden en risico’s van de rol van bestuurder, neem dan contact op met Bureau Aard.
  

Meldingsplicht buitenlandse werkgevers

Meldingsplicht voor buitenlandse werkgevers die in Nederland werk (doen) verrichten

Vanaf 1 maart 2020 geldt voor buitenlandse werkgevers en zelfstandige ondernemers (uit landen van de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland) een meldingsplicht als zij in Nederland tijdelijk werkzaamheden verrichten. Bij de melding moet onder meer worden aangegeven welke werkzaamheden verricht gaan worden, in welke periode en of werknemers worden meegebracht. Ook de komst van alle gedetacheerde werknemers moet worden gemeld.

 
De meldingsplicht vindt de grondslag in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU (WagwEU) en het Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU.

 

brief-belastingdienst-btw-aangifte

Het mogelijke gevolg als u minimaal een jaar niets aangeeft op btw-aangifte

Bent u ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 en droeg u minimaal één jaar geen btw af of bracht u geen btw in aftrek? Dan bestaat de kans dat de belastingdienst u een brief heeft gestuurd met daarin de mededeling dat de belastingdienst veronderstelt dat u met de onderneming bent gestopt.
 
Bent u inderdaad gestopt met uw onderneming, dan is het niet nodig naar aanleiding van de brief van de belastingdienst actie te ondernemen.
 
Bent u niet gestopt met uw onderneming, dan is het belangrijk dat u de belastingdienst informeert en uitlegt waarom minimaal een jaar geen btw is afgedragen of in aftrek gebracht. Voor de recent verzonden brieven geldt een reactietermijn tot 25 februari aanstaande.
 
Als u niet reageert op de brief van de belastingdienst, dan trekt de belastingdienst het omzetbelastingnummer in en het btw-identificatienummer komt te vervallen. Dat kan wel gevolgen hebben als sprake is van bestaande bedrijfsmiddelen. De belastingadviseur van Bureau Aard is er met raad en daad voor vraagstukken op het gebied van omzetbelasting.
 

Omgevingsvergunning Dragonder 14

Omgevingsvergunning Dragonder 14

Wij zijn verheugd mee te kunnen delen dat woensdag 12 februari 2020 de omgevings­vergunning voor het project aan de Dragonder 14 is verleend door het college van burgemeesters en wethouders.
 
Voor meer informatie over het project ga naar bureau-aard.nl/dragonder/
 

De nadelen van de fiscale eenheid zijn groter geworden

In artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting (VPB) is bepaald dat belastingplichtigen onder bepaalde voorwaarden een fiscale eenheid voor de VPB kunnen aangaan.
 
Ingeval een belastingplichtige (moedermaatschappij) de juridische en economische eigendom bezit van ten minste 95 percent van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal van een andere belastingplichtige (dochtermaatschappij) en dit bezit ten minste 95% van de statutaire stemrechten in de dochtermaatschappij vertegenwoordigt en in alle gevallen recht geeft op ten minste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van de dochtermaatschappij, wordt op verzoek van beide belastingplichtigen de belasting van hen geheven alsof er één belastingplichtige is, in die zin dat de werkzaamheden en het vermogen van de dochtermaatschappij deel uitmaken van de werkzaamheden en het vermogen van de moedermaatschappij. De belasting wordt geheven bij de moedermaatschappij. De belastingplichtigen tezamen worden in dat geval aangemerkt als fiscale eenheid. Van een fiscale eenheid kan meer dan één dochtermaatschappij deel uitmaken.
 
De voordelen van de fiscale eenheid voor de VPB luiden als volgt:
• Er hoeft maar één aangifte te worden ingediend in plaats van dat iedere onderneming dat afzonderlijk doet.
• De fiscale eenheid brengt met zich mee dat de verliezen van een onderneming uit die eenheid worden verrekend met de winsten van een andere onderneming uit die eenheid.
• Transacties tussen de ondernemingen uit de fiscale eenheid blijven, ook al is sprake van onzakelijk handelen, voor de winstbelasting, behoudens mogelijke gevolgen bij een latere verbreking van de fiscale eenheid, zonder betekenis.
 
De fiscale eenheid kent ook nadelen, zoals bijvoorbeeld (maar niet limitatief):
• Het tarief van de vennootschapsbelasting over de eerste € 200.000 van het belastbare bedrag bedraagt 16,5% (2020) (2019: € 19%) (2015, 2016, 2017 en 2018: 20%) is dus lager dan de vennootschapsbelasting over het meerdere (25%). De fiscale eenheid kan maar één keer gebruik maken van de eerste schijf. Dat scheelt dus maximaal € 19.000 VPB voor iedere keer dat de eerste schijf niet gebruikt kan worden.
• Alle ondernemingen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schulden, hetgeen een risico kan vorm bij insolventie.
• Bij een fiscale eenheid wordt voor stimuleringsmaatregelen zoals bijvoorbeeld de investeringsaftrek uitgegaan van het totaal van de investeringen van de ondernemingen van de eenheid. Nu de hoogte van de aftrek afneemt naarmate de totale investering van de belastingplichtig toeneemt, leidt de fiscale eenheid tot een lagere aftrek dan het geval zou zijn als alle ondernemingen daar afzonderlijk gebruik van zouden maken.
 
Met de tariefsverlaging in 2020 van de eerste schrijf VPB tot een heffing van 16,5% in vergelijking met 25% over de tweede schijf, springt dit nadeel materieel het meest in het oog.
 
Zou u eens willen praten over de fiscale optimalisatie van uw ondernemingsstructuur, neem dan contact op met de belastingadviseur van Bureau Aard.
 

De beëindiging van een besloten vennootschap

Er kunnen tal van redenen zijn de beëindiging van een besloten vennootschap (BV) te overwegen. In deze bijdrage bespreken we de meest voorkomende manieren om een BV te beëindigen: ontbinding, turboliquidatie of faillissement.

 

De ontbinding
Een BV kan worden ontbonden door een formeel besluit van de aandeelhouders, tenzij de statuten bepalen dat een ander orgaan het besluit moet nemen (artikel 2:19 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW)).

 

Na het besluit tot ontbinding bestaat de BV nog steeds (artikel 2:19 lid 5 BW). De BV blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van het vermogen van de BV nodig is. De BV moet vanaf het moment van de ontbinding (ofwel de aanvang van de vereffening) in alle stukken en aankondigingen die van de BV uitgaan, aan de naam van de BV toevoegen “in liquidatie”. De BV is pas opgehouden te bestaan als het vermogen van de vennootschap is vereffend. Het bestuur is in de regel belast met de vereffening van het vermogen van de vennootschap die is ontbonden. De statuten kunnen ook een ander persoon als vereffenaar aanwijzen. De vereffenaar inventariseert allereerst de aanwezige baten en lasten. Het aanwezige vermogen moet te gelden worden gemaakt.

 

In het geval de baten hoger zijn dan (of gelijk zijn aan) de schulden, dan zal de vereffenaar een plan van verdeling opstellen. Dat plan wordt gedurende twee maanden ter inzage gelegd bij het Handelsregister. De vereffenaar maakt bekend tot welke datum het plan van verdeling ter inzage ligt. Dit kan door middel van een kennisgeving in een landelijk dagblad en de Staatscourant. Vanaf het moment van kennisgeving en gedurende de inzagetermijn kan met een verzoekschrift verzet worden ingesteld tegen het plan van verdeling. Na het ongebruikt verstrijken van de termijn wordt uitvoering gegeven aan het plan. De schulden worden betaald, de vereffenaar legt rekening en verantwoording af en het (eventuele) resterende vermogen wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, tenzij de statuten anders bepalen. Nadat de vennootschap is vereffend houdt deze op te bestaan en kan zij worden uitgeschreven uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

 

Als de schulden hoger zijn dan het vermogen ontstaat er een probleem. In dat geval is de vereffenaar verplicht om ofwel een akkoord aan te bieden aan de schuldeisers, ofwel het faillissement aan te vragen van de vennootschap. Wordt er geen akkoord aangeboden of geen faillissement aangevraagd, dan kan de vereffenaar persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

 

Ook kan zich de situatie voordoen dat er geen baten zijn, maar alleen schulden. De vereffeningsfase hoeft niet te worden doorlopen, omdat er geen vermogen is dat kan worden vereffend. In deze situatie is sprake van een turboliquidatie. Die komt hierna aan bod.

 

De turboliquidatie
Een turboliquidatie is een snelle en goedkope manier om een vennootschap te ontbinden. Een ander bijkomend voordeel is dat er geen kennisgeving in een landelijk dagblad of Staatscourant hoeft te worden gedaan. De turbo-liquidatie vindt de grondslag in artikel 2:19 lid 4 BW.

 

Turboliquidatie is alleen mogelijk indien de vennootschap geen baten heeft. Let op: het is echter niet toegestaan om kort voor de liquidatie vermogen te onttrekken aan de vennootschap of selectieve betalingen te doen aan schuldeisers (om de voor turbo-liquidatie vereiste vermogenstoestand te bewerkstelligen). Doet het bestuur dat wel, dan kan het bestuur persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

 

Voor een succesvolle turboliquidatie is verder vereist dat de doorlopende verplichtingen, zoals bijvoorbeeld een huurovereenkomst, op de juiste wijze zijn beëindigd.

 

Turboliquidatie is zoals gezegd eenvoudig: er hoeft maar één fase te worden doorlopen. Voor een turboliquidatie moet er een formeel besluit worden genomen door de aandeelhouder(s) tot ontbinding van de vennootschap. Door dit besluit is de vennootschap onmiddellijk opgehouden te bestaan (artikel 2:19 lid 4 BW). De vennootschap kan worden uitgeschreven uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Aan vereffening wordt niet toegekomen, omdat er geen vermogen aanwezig is.

 

Bij een turboliquidatie resteren doorgaans alleen schulden. Dat kan wrang voelen voor schuldeisers, temeer omdat er – in tegenstelling tot het faillissement – geen curator wordt aangesteld die het handelen van het bestuur toetst. Op basis van rechtspraak is het echter soms verplicht om voor de turboliquidatie te kiezen en niet voor het faillissement. Op het moment dat er (nagenoeg) geen activa is, er slechts schulden resteren en er bovendien geen verwachting is dat er activa kan worden gegenereerd, bijvoorbeeld op grond van bestuurdersaansprakelijkheid of een pauliana, rust er een verplichting op de vennootschap om de route van de turboliquidatie te volgen (HR 18 december 2015, ECLI:HR:2015:3636). Het niettemin aanvragen van een faillissement leidt tot misbruik van recht, omdat de curator wegens het gebrek aan baten onmiddellijk zou overgaan tot opheffing van het faillissement. Hierbij speelt een rol dat de curator wordt belast met werkzaamheden zonder dat hij daarvoor een vergoeding ontvangt.

 

Van de mogelijkheid van turbo-liquidatie wordt in de praktijk ook wel misbruik gemaakt. Schuldeisers hebben vaak het nakijken. De schuldeisers worden vooraf niet geïnformeerd over het verdwijnen van hun schuldenaar en relevante verantwoordingsinformatie ontbreekt. Het bestuur is niet gehouden om verantwoording af te leggen met bijvoorbeeld het deponeren van een slotbalans. Het Ministerie van Justitie onderzoekt de mogelijkheden van een wetswijziging en met als doel misbruik te voorkomen en de rechtsbescherming van schuldeisers te verbeteren.

 

In het voorstel dat minister Dekker voor rechtsbescherming in september 2019 aan de Tweede Kamer voorlegde kondigde hij het volgende aan: Het bestuur zal worden verplicht tot het opstellen en deponeren van een slotbalans, die vergezeld gaat van een bestuursverklaring met daarin een nadere verklaring omtrent het ontbreken van baten, eventueel nog met een slotuitdelingslijst. De slotbalans heeft betrekking op het boekjaar van de turboliquidatie en moet worden gedeponeerd bij het handelsregister. Het bestuur zal zorg moeten dragen voor een algemene bekendmaking van de ontbinding, waarbij kenbaar wordt gemaakt dat de slotbalans met jaarrekening ter inzage ligt bij het handelsregister. Tot slot moeten voor de doorhaling van de rechtspersoon in het handelsregister de jaarrekeningen over alle eerdere boekjaren openbaar gemaakt zijn, tenzij daarvoor een ontheffing op basis van artikel 2:394, lid 5 BW geldt. De door minister Dekker aangekondigde maatregelen worden in de loop van dit jaar uitgewerkt.

 

Faillissement
In het geval de schulden hoger zijn dan de baten en een schuldeisersakkoord geen reële optie blijkt, resteert er geen andere optie dan het faillissement van de BV aan te vragen.

 

Het faillissement kan worden uitgesproken als de BV in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen. Het faillissement kan op eigen aangifte worden uitgesproken als er tenminste twee schuldeisers zijn, waarvan één opeisbaar. Daarnaast moet er wel enige activa aanwezig zijn. Indien dat niet het geval is moet, zoals gezegd, de route van de turboliquidatie worden gevolgd.

 

Als het faillissement wordt uitgesproken zal de rechter een curator aanstellen. De curator zal het vermogen van de BV vereffenen namens de gezamenlijke schuldeisers. De rechter-commissaris houdt toezicht op het handelen van de curator.

 

Mocht u in verband met de beëdiging van een BV vragen hebben, neem dan contact op met de adviseurs van Bureau Aard. Zij staan u met raad en daad bij.

Accountant Robert Philips

Aangenaam kennis te maken: Bureau Aard Accountants BV

Bureau Aard is met een veelzijdig team van specialisten actief op het gebied van recht, financieren en verzekeren. Daarnaast zijn we actief op het gebied van vastgoedontwikkeling en weten we wat ondernemen is. Sinds kort mogen we daar ook accountancy en belastingadvies aan toevoegen. Per 1 januari van dit jaar is Robert Philips AA RB ons team komen versterken. Bureau Aard Accountants B.V. onder leiding van Robert is een feit.

 

Voor Bureau Aard zijn de disciplines die Robert toevoegt een waardevolle aanvulling. Angeliek Flintrop: “Wij werken al een tijd samen met Robert en hebben hem leren kennen als een professionele, betrokken en betrouwbare accountant en belastingadviseur. Het is fijn dat we met hem de organisatie hebben kunnen uitbreiden en onze relaties nog beter en veelzijdiger van dienst kunnen zijn.”

Robert Philips: “Ik ben verheugd dat ik de gelegenheid krijg de praktijk van accountancy en belastingadvies onder de naam Bureau Aard op te zetten en uit te bouwen en zo deel ben gaan uitmaken van een enthousiast team met veel kennis en knowhow.”

 

Accountant
De accountant is er niet alleen omdat een goede boekhouding en jaarcijfers verplicht zijn. Hij is er ook om te ondersteunen bij het maken van strategische keuzes.

Voor een ondernemer is het van belang dat zijn boekhouding op orde is. Daar helpen wij bij zodat de ondernemer steeds een beroep kan doen op betrouwbare bedrijfsgegevens. Buiten de juistheid van de administratie, is het tijdig opleveren van groot belang. Dit vormt voor de ondernemer mede de basis om de juiste beslissingen te kunnen nemen.

Met als doel tijd- en kostenbesparing helpen wij bij het vinden, implementeren en onderhouden van de juiste automatiseringsoplossing. In minder tijd zou de ondernemer meer inzicht in zijn bedrijfsvoering moeten krijgen. Daarnaast bieden de aanwezige automatiseringsoplossingen gebruiksgemak en snel inzicht in de actuele situatie. We maken daarbij gebruik van op uw wensen afgestemde mogelijkheden.

Ook de jaarstukken moeten worden samengesteld, de aangifte vennootschapsbelasting moet worden gedaan en de jaarstukken moeten worden gepubliceerd. Daar zorgen wij voor. En daar beginnen we niet mee als een boekjaar eenmaal voorbij is. Door het jaar heen bespreken wij de tussentijdse stand van zaken van de onderneming. Met dat inzicht kunt u als ondernemer tijdig en verantwoord keuzes maken.

 

Belastingadviseur
Wij vertalen ingewikkelde belastingzaken naar duidelijke adviezen en concrete oplossingen. Daarvoor beschikt de Register Belastingadviseur over vakmanschap, ervaring en diepgaande up-to-date kennis van de fiscale spelregels.

Robert Philips: ‘Wij zijn er niet alleen om inzicht te geven in de bedrijfsvoering. Niet alleen de cijfers hebben onze interesse. De persoon van de ondernemer is voor ons het belangrijkste. Wij leren de ondernemer en zijn ambities graag kennen. Dan kunnen wij de ondernemer nog beter helpen. Graag zijn wij betrokken bij het verbeteren van prestaties en bij het nemen van belangrijke beslissingen als betrokken, betrouwbare en deskundige partner’.

 

Graag maak ik tijd voor een kennismaking. Wij laten ons graag uitdagen op het gebied van accountancy en belastingadvies.

 

Robert Philips AA RB

088 080 1500 of 06 55 80 62 07
philips@bureau-aard.nl

 

Sloop pand Markt Valkenswaard

De sloop van het pand van de voormalige ABN AMRO Bank aan de Markt in Valkenswaard is voltooid. Op deze prominente plek in Valkenswaard ontwikkelen wij een hoogwaardig appartementengebouw, bestaande uit zowel bedrijfsruimten (op de begane grond) als woningen.

Bureau Aard investeert in startup Ecowize

Een goed idee, een kans, een talent: wij helpen graag of doen graag mee. Zo ook bij een tweetal jonge ondernemers die zich er in hebben gespecialiseerd online verkopen te bevorderen, voornamelijke online verkopen via platformen: de winkelstraten van de toekomst. Samen met ons hebben zij een identiteit ontwikkeld die specifiek wordt ingezet voor het doen vervaardigen en verkopen via online platformen van goederen ter vervanging van bestaande meer milieubelastende producten: Ecowize.
 
Bureau Aard staat de jonge ondernemers met raad en daad bij en verstrekt het kapitaal dat nodig is voor de uitvoering van de plannen. De eerste producten zullen aan het begin van 2020 worden aangeboden op online platformen voor de markt in Amerika, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Nederland.
 
Angeliek Flintrop: “Het is mooi samen te kunnen werken met jonge en gedreven ondernemers, die hun talent bovendien gebruiken met oog voor het milieu.”