De regeling is niet alleen belangrijk voor uitzendbureaus. Ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen die werknemers tegen vergoeding bij een opdrachtgever laten werken, kunnen ermee te maken krijgen.
Wanneer bent u volgens de Wtta een uitlener?
Voor de Wtta wordt gekeken naar de feitelijke manier waarop wordt gewerkt. U bent in beginsel een uitlener wanneer:
- u een werknemer beschikbaar stelt aan een andere onderneming;
- u hiervoor van die onderneming een vergoeding ontvangt;
- de werknemer onder leiding en toezicht van die andere onderneming werkt.
Het maakt daarbij niet uit of het uitlenen van personeel uw hoofdactiviteit is. Ook een onderneming die slechts incidenteel werknemers uitleent, kan onder de toelatingsplicht vallen.
Bij detachering en payrolling zal doorgaans sprake zijn van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Ook een dga die via zijn eigen bv werkzaamheden verricht bij een opdrachtgever kan met de Wtta te maken krijgen, afhankelijk van de feitelijke gezagsverhouding.
Bij aanneming van werk of uitbesteding ligt dit anders. Wanneer uw werknemers onder uw eigen leiding en toezicht blijven werken, is in beginsel geen sprake van het uitlenen van arbeidskrachten. De inhoud van het contract is belangrijk, maar de feitelijke uitvoering geeft uiteindelijk de doorslag.
Aanmelden voor de overgangsregeling
Bestaande uitleners kunnen zich van 1 november tot en met 31 december 2026 aanmelden voor de overgangsregeling. Vervolgens moet tussen 1 mei en 30 juni 2027 een aanvraag voor toelating of ontheffing worden ingediend.
Als u beide stappen tijdig doorloopt, mag u werknemers blijven uitlenen zolang de NAU uw aanvraag beoordeelt. Dit geldt ook wanneer op 1 januari 2028 nog geen definitief besluit is genomen.
Meldt u zich niet tijdig aan? Dan kunt u geen gebruikmaken van het overgangsrecht. U moet op 1 januari 2028 daadwerkelijk zijn toegelaten om werknemers te mogen blijven uitlenen. Is de toelating dan nog niet verleend, dan moet u in beginsel stoppen met uitlenen.
Wat heeft u voor de aanmelding nodig?
Voor de aanmelding bij de NAU heeft u onder meer nodig:
- eHerkenning op niveau 3 of hoger;
- een Berichtenbox voor Bedrijven die aan uw KVK-inschrijving is gekoppeld;
- de verwachte totale jaaromzet van uw onderneming over 2026;
- het type aanvraag dat u in 2027 verwacht te doen.
Het aanvragen van eHerkenning en het activeren van de Berichtenbox kan tijd kosten. Het is daarom verstandig deze zaken vóór 1 november te controleren.
Voor de latere toelatingsaanvraag gelden aanvullende voorwaarden. Denk aan een inspectierapport of geldig SNA-keurmerk, een verklaring omtrent het gedrag en in veel gevallen een waarborgsom. De reguliere waarborgsom bedraagt volgens de huidige officiële informatie € 100.000. Voor startende uitleners geldt bij de voorlopige toelating eerst een bedrag van € 50.000.
Ook voor inleners heeft de Wtta gevolgen
Vanaf 1 januari 2028 mogen ondernemingen alleen personeel inlenen van een uitlener die in het openbare register van de NAU staat. Werkt een inlener toch met een niet-toegelaten uitlener, dan kan ook aan de inlener een boete worden opgelegd.
Het wordt daarom belangrijk om niet alleen uw eigen positie te beoordelen, maar ook uw afspraken met uitleners en inleners. Leg daarbij duidelijk vast wie leiding en toezicht uitoefent en controleer straks de status van de uitlener in het openbare register.
Samen met Bureau Aard uw zaken op orde
De specialisten van Bureau Aard kijken graag met u mee om de administratieve, fiscale en juridische gevolgen van het uitlenen of inlenen van personeel in kaart te brengen. Wij helpen u beoordelen welke werkzaamheden en overeenkomsten aandacht vragen, zodat u zich tijdig kunt voorbereiden op de nieuwe regels.
Kortom: orde op zaken, zaken op orde.
Benieuwd wat deze wetswijziging voor uw situatie betekent? Neem vandaag nog contact op met Bureau Aard voor een vrijblijvend adviesgesprek!